Excellenties,
dames en heren, heel hartelijk welkom. Wat hebt u ons
verrast. Dacht het bestuur dat na onze bijzondere
bijeenkomst van vorig jaar de zaal vandaag matig gevuld
zou zijn, kijk nu eens, zóveel ……. gasten.
Een
geweldige stimulans om door te gaan, een opkikker van
jewelste.
In
ons midden is mijn voorgangster Lia Folmer. Graag wil ik
haar namens het bestuur bedanken in uw bijzijn. Dank Lia
voor je inzet en toewijding gedurende de afgelopen vijf
jaar. Het bijbehorende bloemetje houd ik om praktische
reden nog even achter. Dat krijg je na afloop.
Dank
wil ik, bij wijze van uitzondering op een moment als dit,
ook brengen aan al onze vrijwilligers, die jaar in jaar
uit hun onmisbare diensten op deze dag aanbieden. Dank ook
aan de instanties die de organisatie van onze herdenking
financieel mogelijk maken. Allereerst de staatssecretaris
van VWS, mevrouw Ross. Zij hoopt vanmiddag in ons midden
te zijn. De samenwerking met haar departement is
uitstekend en wij zijn daarvoor haar medewerkers dankbaar.
Ook
de SFMO en de Bank Giro Loterij danken wij voor hun
financiële hulp.
Om
nu geen stiefkinderen te maken ontkom ik er niet aan om
een enkel woord te zeggen over mijn medebestuursleden en
onze adviseurs. Sinds een jaar mag ik in hun midden zijn.
Ik voel me daar senang en ben onder de indruk gekomen van
wat er door hen en onze chef de bureau voor bergen werk
worden verzet. En dat vaak tezamen met ons aller Pelita,
dat ons met raad en daad terzijde staat en zeer ter wille
is. Ik dank u allen, die elk jaar weer meewerken om deze
15e augustus tot een gedenkwaardige dag te maken, zowel
“binnen” als “buiten”.
Vijftien
augustus, een unieke combinatie van een traan en een lach
op één dag. Een belangrijke herdenking hier in Den Haag
van het einde van de Tweede Wereldoorlog. Vandaar, dames
en heren, dat er op zo’n dag heel wat officiële
vertegenwoordigers in ons midden zijn: van bevriende
naties uit de oorlogsdagen, ons parlement, onze regering,
ministeries, provincie en gemeente. Maar ook van
instellingen die zich vrijwel dagelijks met Indië
bezighouden. Ik ben blij dat zij ook vandaag weer in ons
midden zijn.
Dit
was een lange inleiding. Ik vond het echter nodig deze
zaken de revue te laten passeren.
Daar
zit u dan. Nog steeds ijzersterk. Het lijkt wel een
djatibos. Weliswaar soms zuchtend en steunend maar nog
steeds recht op in het hout. Kamp en Nederlandse stormen
getrotseerd, aardig gedund hier en daar, maar we hebben
het overleefd. En dat is best een complimentje waard.
Vijftien
Augustus
Keer
op keer herdenken wij
Allen
die vielen.
Allen,
de slachtoffers, de onschuldigen, wij eren hen.
Hoe
kan het toch zijn dat sommigen de aanstichters van de
oorlog eren? Zowel in Europa als in Azië. De
aanstichters, voor mij nog steeds verantwoordelijk voor de
onvergeeflijke misdaden, zinnebeelden van het kwaad.
Absurd, een reden voor bezorgdheid en permanente aandacht.
Ik
ben er echter van overtuigd dat degenen, die nog met
heimwee aan de oorlog terugdenken vroeg of laat de kous op
de kop krijgen. Volgens mij heeft de Indische gemeenschap
in de negentiger jaren voldoende kousen op de pen gezet om
er nog eens iets mee te doen. Weet u het nog? Dat gemor
over het statement “De kous is af”? Nee zei de
Indische gemeenschap. Om de dooie dood niet. En zie, op
eigen initiatief verscheen er plots een prachtig logo: de
op pennen gezette kous waaraan verder gebreid kon worden.
Moest worden. Want de kous was nog lang niet af.
Mede
door die houding hebben wij als gemeenschap er toe
bijgedragen dat de herinnering aan WO II levend moet
blijven met als voornaamste doel, naar mijn mening, het
keer op keer onder de aandacht brengen van de grondwaarden
waarop wij onze democratie gevestigd hebben. De basis van
ons bestaan dient recht overeind te blijven.
Het
is wel eens moeilijk mensen, die de oorlog hebben
meegemaakt, dat duidelijk te maken. Kritisch en waakzaam
want voordat je het weet zijn er weer lieden aan het roer,
die anders beslissen en in hun land vroeger of later de
onschuldigen treffen.
Ook
in “Den Haag” is de boodschap doorgedrongen. De
directie van VWS, die zich met de oorlogsgetroffenen
bezighoudt, heet sinds een jaar “Oorlogsgetroffenen en
herinnering WO II”.
Aan
die herinnering kunnen velen van u wellicht nog een
belangrijke bijdrage leveren. Wat is het geval? Over vier
jaar is het 65 jaar geleden dat WO II eindigde, dat wil
zeggen er werd niet meer gevochten tussen de geallieerden
en Japan. Kan dan 2010 iets met pensioen van de oorlog te
maken hebben? Ja, in zoverre dat je bij pensioen vaak aan
rust denkt. Die oorlog, dat einde zullen we nooit
vergeten, maar een beetje meer rust. Voor al diegenen, die
deze oorlog nog dagelijks als een meer of minder loden
last om hun schouders hebben hangen, zou wat meer rust
mooi meegenomen kunnen zijn.
Goed,
we weten al aardig wat van wat er zich in grote lijnen
heeft afgespeeld. Wat we voor het allergrootste deel nog
niet weten zijn de unieke persoonlijke belevenissen. Dat,
wat u zelf heeft meegemaakt. Daarover is nog steeds bitter
weinig bekend buiten kleine kring.
Bij
het bestuur is de gedachte opgekomen om de pensionado over
vier jaar een cadeau aan te bieden. Uw verhaal, of dat van
uw ouders, mochten die niet meer in leven zijn, of uw
overleden familieleden, van wie u toevallig het verhaal
kent. Het is nog maar een gedachte……
Als
u vindt, dat uw verhaal niet in de openbaarheid mag komen,
zullen wij ervoor zorgen, dat het in een gesloten archief
komt. Het is belangrijk dat het zwart op wit komt.
Uw
verhaal opschrijven of laten opschrijven kan voor u zelf,
maar ook voor uw kinderen of vrienden een bijzondere
ervaring zijn. Uiteindelijk zal de hele Indische
gemeenschap u daarvoor dankbaar zijn. Daar is mijn
verhaal, zorg ervoor dat het nooit weer gebeurt!
Schrijf
het van u af. Denk aan Shakespeare die dichtte:
Geef
woorden aan uw leed
Verzwegen
smart
Breekt
met zijn fluisteren
Het
bezwaarde hart.
Mijn
vroegere biologieleraar zei mij eens: “Joost, als je het
niet opschrijft is het nooit gebeurd”. En we willen toch
niet dat het niet gebeurd is?
Als
ons “schrijfidee” aanslaat, het is overigens al
meerdere keren in het verleden geopperd door ondermeer
onze erevoorzitter Rudi Boekholt, dan kan er rust ontstaan
voor u zelf, en u bent de enige die daarvoor kan zorgen.
Wij zullen dan proberen een deel van de verhalen te
bundelen en wellicht uit te geven. Een schriftelijk
monumentje voor de jarige.
Ik
ontmoet steeds meer mensen, die een paar jaar geleden er
nog niet over piekerden om hun lotgevallen op te
schrijven. Zij werken er nu, dikwijls op verzoek van
kinderen en/of kleinkinderen en vaak met hun hulp, met
veel plezier aan. Soms kan het goed wanneer u antwoord
geeft op vragen van familieleden. Het kan zelfs een soort
verzoening tot stand brengen. Met de vijand? Nee met u
zelf. En daarmee is de basis gelegd voor uw rust. Nu al,
maar zeker over vier jaar. Via onze website www.indieherdenking.nl
en anderszins zullen we u op de hoogte houden.
Ik
wens u een zinvolle herdenking toe en een geslaagde reünie.
|