| Organisatie -- Agenda -- Verhalen -- Documentatie -- Actualiteiten -- Een gastdocent vertelt -- Aanvragen gastles -- Links -- Index |
Toespraak
mevrouw W. Sorgdrager
tijdens de Landelijke gastdocentendag 28 oktober 2004
Gastdocenten, Tweede Wereldoorlog en
Zuidoost Azië.
Drie elementen in de aankondiging van vandaag. Drie elementen die ook in de naam
van uw Stichting zitten. Drie belangrijke woorden. Zuidoost Azië, Nederlands
Indië. De meesten van u hebben banden met Nederlands Indië, velen ook
bloedbanden. Velen van u hebben de oorlog daar ook meegemaakt. He
t goede is dat
u de jongere generaties daarover wilt vertellen. Het is pas kortgeleden dat ik
werkelijk kennis maakte met de gastdocenten. Dat was ter gelegenheid van de
tentoonstelling over Indië in de Tweede Wereldoorlog, die in Enschede werd
geopend. Ik hoop dat die tentoonstelling aan zijn doel heeft beantwoord en dat
inderdaad een aantal scholen zijn komen kijken. En dat de gastdocenten ook naar
aanleiding daarvan in de gelegenheid zijn geweest om hun verhaal te vertellen.
Een verhaal van iemand die zelf iets heeft meegemaakt is immers iets totaal
anders dan een geschreven geschiedenis.
Het is belangrijk dat de jongeren van
nu worden aangezet tot nadenken. Over de geschiedenis, over wat er
in
de Tweede Wereldoorlog is gebeurd. En vanuit die geschiedenis over nu en over de
toekomst. Want uiteindelijk gaat het daarom. Begrijpen wat er is gebeurd en
leren, voor de toekomst.
Het is lang geleden. Die oorlog. Net zo
lang als de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Dat klinkt natuurlijk als een open
deur, maar ik bedoel er wel iets mee. De Tweede Wereldoorlog in Europa, in
Nederland, leeft nog altijd sterk. Met het verstrijken van de jaren is dat ook
niet afgenomen. Steeds meer worden we ons bewust van bepaalde facetten. Er
worden nog steeds boeken over geschreven en films over gemaakt. De bewustwording
van wat er werkelijk is gebeurd, hoe de Nederlanders de oorlog zijn doorgekomen
en hoe zij zich hebben gedragen, wordt groter. Misschien kun je zeggen dat door
het verstrijken van de tijd de afstand is toegenomen en daarmee ook de
mogelijkheid om vanaf die afstand te kijken naar de gebeurtenissen. Dit soort
dingen heeft zijn tijd nodig.
Na de oorlog was iedereen toch
hoofdzakelijk bezig met de wederopbouw en wilde daar ook mee bezig zijn. Een
natuurlijk proces. Zeker de mensen in Nederland die de hongerwinter hadden
meegemaakt waren blij dat ze de ellende van zich af konden schudden. De eigen
ellende. En wat je leest is dat men eigenlijk niet meer geconfronteerd wilde
worden met de ellende van anderen. Wie waren die “anderen?”. De mensen die
uit Duitsland terugkwamen. Die vaak in een deplorabele toestand verkeerden. Zij
hadden hier gewoond en zagen bij terugkomst dat hun huis door anderen was
ingenomen. Ze waren niet meer welkom. De verhalen zijn bekend. Schrijnende
verhalen. Er is veel over geschreven, we weten het en we schamen ons.![]()
En hoe verging het de mensen uit Indië?
Mensen die niet zozeer terugkwamen naar hun huis, maar terugkwamen naar hun land
of het land van hun familie. Afgezien van die mensen natuurlijk die min of meer
bij toeval in Indië waren toen de oorlog uitbrak en zij niet meer weg konden.
Voor velen betekende het verlaten van Indië het verlaten van het land dat zij
als hún land beschouwden. Naar Nederland, waar de ontvangst op zijn zachtst
gezegd ook niet hartelijk was. Wat moeten die mensen hier? Moeten wij het
weinige dat wij hebben nu ook nog met hen delen? Velen hebben daar nog een
herinnering aan. Ook mijn ouders, die in 1946 terugkwamen. Zij hadden hun jeugd
en de oorlog in Indië doorgebracht en wisten dat het voorbij was. Zij hebben
zich goed gered, maar ik heb wel begrepen dat het niet eenvoudig was het leven
weer op te pakken.![]()
Ook zij waren misschien liever in Indië
gebleven, zoals zo velen, maar we weten allemaal dat de politieke omstandigheden
dat onmogelijk maakten.
Ook in 1956 was er een grote groep
Nederlanders die Indië
moest verlaten. De laatste groep, zou je kunnen zeggen. Onder hen waren ook een
oom en een tante van mij en twee nichtjes. Als kind vond ik het verhaal van mijn
oom wel spannend, zoals hij vertelde dat ze alles moesten achterlaten, de auto
op de kade laten staan en met het laatste schip naar Nederland konden. Van een
goed leven in Indië,
met een baan, een huis en alles wat je voor een normaal leven wensen kan, naar
Nederland, als een ”vluchteling”. Opgevangen eerst in een pension, daarna in
een huis van een familie die op wereldreis was. Enzovoort. Het was niet
gemakkelijk om in die tijd werk te vinden, maar ook hem is dat gelukt. Maar ook
voor die familie was het duidelijk dat men hier niet op hen zat te wachten. En
zo is het. En zo zal het waarschijnlijk altijd gaan.
De mensen die met deze ontvangst te
maken hebben gehad zit dat nog steeds dwars. En het zal een schrale troost zijn
te weten dat het ook anderen is overkomen en dat het ook in de toekomst
waarschijnlijk wel zo zal gaan. Helaas. Zo gastvrij zijn wij niet. En ook niet
zo bewust van een eventuele morele verplichting.
Het is wel opvallend dat het zo lang
heeft geduurd voordat de Indische gemeenschap in Nederland wat aandacht heeft
gekregen. Zou dat ook te maken hebben met de afloop van ons koloniale bewind?
Waarschijnlijk wel, maar het treft dan wel mensen die meestal niets te verwijten
valt.![]()
Dat er een discussie is over ons doen
en laten als koloniale mogendheid is een goede zaak. Maar dat wil niet zeggen
dat je daar nu, of achteraf, mensen persoonlijk op kunt aanspreken. Het was ook
niet zo dat alles verkeerd was.. Natuurlijk, het principe van overheersing van
volkeren kunnen we in deze tijd niet meer accepteren. En ook vroeger was het al
een punt van discussie. En dat de Nederlandse regering en de regering in
Nederlands Indië de tekenen van de tijd onvoldoende hebben begrepen, is ook een
feit. Maar het lijkt nu wel alsof we met onszelf geen raad weten. En dus ook
niet met de mensen die ons aan die tijd herinneren: de mensen uit Indië. Niet
de jonge mensen van nu, maar juist zij, die de oorlog hebben meegemaakt en in de
jaren veertig zijn teruggekomen.
Schuldgevoel tekent ons handelen nogal
eens. We houden onszelf een spiegel voor als het gaat om de manier waarop we met
onze Joodse medeburgers zijn omgegaan. Ze zijn door de Nederlanders in de oorlog
slecht behandeld en daarna ook. Zij hebben zich georganiseerd, ook op
wereldniveau en de aandacht van de wereld op hun lot weten te vestigen. Hun lot
was niet te bevatten en regeringen hebben daaruit conclusies getrokken. Toch
heeft het ook voor hen lang geduurd voordat er sprake was van rechtsherstel. Pas
vele jaren na de oorlog heef men zich gerealiseerd dat alleen excuses
onvoldoende waren en dat ook in financieel opzicht genoegdoening verschaft moest
worden. Zo lang heeft het geduurd dat velen die het werkelijk betrof al waren
overleden.![]()
Vergelijkingen gaan altijd mank en
moeten ook niet gemaakt worden. Zeker niet als het gaat om het soort en de mate
van lijden. Dat wordt al te veel gedaan en het slaat nergens op. Ik probeer
alleen maar te begrijpen waarom aan de Indische gemeenschap altijd zo weinig
aandacht is besteed. Ik weet dat zij haar stem maar zacht heeft laten horen. Ik
weet ook dat velen, net zoals mijn familie, bezig zijn geweest hun leven te
organiseren. Ik weet ook dat veel mensen uit Indië
erg goed zijn in het verdringen van akelige dingen. En ik weet ook dat je om
recht te krijgen je stem luid moet laten horen.
Ik probeer er achter te komen hoe de
omstandigheden na de oorlog waren om te begrijpen hoe het de Indische
gemeenschap na de oorlog is vergaan. Misschien is dat ook nodig om de vragen te
beantwoorden die mevrouw Huisman mij schriftelijk stelde.
Zij vraagt waarom bij zowel het
basisonderwijs als het voortgezet onderwijs zo weinig aandacht wordt gegeven aan
de Japanse bezetting van het voormalige Nederlands Indië.
Het geschiedenisonderwijs is de laatste
jaren veel in discussie. Velen vinden dat jongeren van nu veel te weinig weten
over de geschiedenis. Zelfs over de Tweede Wereldoorlog in het algemeen. Maar
dat is natuurlijk geen argument. Ik ben het ermee eens dat het nodig is dat
kinderen leren over de gebeurtenissen in Nederlands Indië. Maar niet alleen om
te horen hoe het de mensen zelf is vergaan. Dat kun je uit een boek niet leren
en met de beelden op de televisie van nu zal de werkelijkheid niet tot hen
doordringen. Wat dat betreft doen juist de gastdocenten goed werk. Ik heb het al
gezegd: je moet de verhalen horen van mensen die het zelf hebben meegemaakt.
Maar ik vind wel dat jongeren moeten leren wat ervan komt als een volk of een
regering of enkele fanatici kunnen aanrichten als zij een oorlog beginnen. Ik
vind dat ze aan de hand van de gebeurtenissen uit het verleden moeten leren hoe
kostbaar vrijheid is. En in wat voor gelukkige omstandigheden zij leven. En hoe
gemakkelijk je in een situatie kunt komen waarin die vrijheid ver weg is. Dus
geschiedenis leren voor de toekomst.![]()
In deze tijd, waarin wordt
gediscussieerd over inburgering word je nog eens op die feiten gewezen. Wij gaan
in Nederland nu niet op een aardige manier met elkaar om. Mensen worden met de
nek aangekeken, omdat ze hier niet vandaan komen en toch hier willen zijn en
daar recht op hebben. Het merkwaardige is, dat de Indische Nederlanders nu een
voorbeeld van integratie zijn. Waren zij vlak na de oorlog, buiten Den Haag,
toch een “vreemde” bevolkingsgroep, nu zien we dat heel anders. Of liever:
we zien het niet eens meer. Dat heeft zijn goede kanten, maar als we niet
oppassen verdwijnt de Indische cultuur!
Ik sprak al even over
geschiedenisonderwijs. Niet iedereen realiseert zich hoe belangrijk dat is voor
de cultuur van een volk. Als kind krijg je dingen te horen die je lange tijd
voor waar aanneemt. Eerst van je ouders, maar al gauw daarna op school, van de
docenten. Ik weet nog heel goed de momenten waarop ik die waarheden in twijfel
ging trekken. En voor sommige dingen duurt dat heel lang.
Geschiedenisonderwijs is eigenlijk
nooit neutraal, omdat geschiedenis moeilijk te objectiveren is. Niet voor niets
zijn er steeds heftige debatten tussen historici. Wij hebben allemaal geleerd
over de Nederlandse vrijheidsstrijd in het verleden. De Geuzen zijn helden. Of
waren het, in moderne termen, terroristen? Wij hebben de Spanjaarden verdreven.
Wij waren groot in het verzet in de Tweede Wereldoorlog. Is dat zo? Naarmate de
tijd verstrijkt veranderen de beelden en komen andere waarheden naar voren.
Kinderen in de Balkan leren nu een heel andere geschiedenis dan bijvoorbeeld 25
jaar geleden. Die geschiedenislessen beïnvloeden hun opvattingen ten opzichte
van hun buurvolken.![]()
Regeringen zijn zich vaak bewust van
die beïnvloeding en dictatoriale of anderszins totalitaire regimes maken daar
ook grof gebruik van. Bij mensenrechtenorganisaties wordt niet voor niets zo
veel aandacht gegeven aan de schoolboeken op het gebied van geschiedenis.
Twee van mijn kinderen zijn naar Japan
geweest en hebben in Hiroshima het museum bezocht dat aan de Tweede Wereldoorlog
is gewijd en natuurlijk aan de atoombom. Ze waren verbaasd over het gebrek aan
context. Het verhaal van de bom die door de geallieerden was gegooid, maar de
reden waarom bleef verborgen. Niets over Pearl Harbour, niets over de bezetting
van Zuid-oost Azië. Zo leren Japanse kinderen dus ook weinig of niets over hun
verleden. Wat dat betreft zouden ze een voorbeeld kunnen nemen aan Duitsland,
waar de geschiedenis niet wordt ontkend. In deze Japanse cultuur past ook de
weigering om op de een of andere manier genoegdoening te verschaffen. Heel
voorzichtig, stapje voor stapje kan het gesprek gevoerd worden.
Mevrouw Huisman vraagt ook naar de
geschiedenis van de totstandkoming van de financiële tegemoetkoming onder de
noemer ”Het gebaar”. Of, zoals een vriendin van mij steevast zegt: “het
gebaartje”. Eerlijk gezegd vind ik het enigszins gênant om 50 jaar na dato
een bedrag van 3000 gulden aan te bieden aan mensen die destijds uit Indië
terugkwamen. Wat dat betreft zijn de opeenvolgende Nederlandse regeringen
behoorlijk zuinig geweest. ![]()
De financiele verhoudingen tussen
Nederland, Japan en de individuele personen die in de oorlog hebben geleden is
ingewikkeld. Er zijn na de tweede Wereldoorlog een aantal akkoorden gesloten
waarin financiele aanspraken werden geregeld. Die zijn niet gunstig voor
Nederland en de Nederlanders omdat Nederland daarin als de koloniale mogendheid
werd beschouwd. Wel is er in 1980 geld uitgekeerd als rechtsherstel, maar
daarvan heeft niet iedereen geprofiteerd. Bovendien waren veel rechthebbende
toen al overleden. Dat geldt natuurlijk in nog sterkere mate ten tijde van
“het Gebaar”.
Ik kan me wel voorstellen dat velen van
u boos zijn over de manier waarop de Nederlandse regering is omgegaan met de
mensen uit Indië. Ik kan me ook voorstellen dat u het niet kunt vergeten. Maar
zo zijn de feiten. Het is niet alleen het Gebaar waarvoor u wel of niet in
aanmerking kwam. Het is het altijd zo geweest. Maar ik hoop werkelijk dat u uw
leven daardoor niet laat beheersen.
En laten we vooral naar de toekomst kijken. Er zijn nu zo veel jongeren die zich bewust zijn van hun Indische achtergrond en daar iets positiefs aan ontlenen. Tijdens de opening van de tentoonstelling in Enschede ontmoette ik een jonge vrouw die zich sterk maakte voor de jonge Indische gemeenschap en vond dat de Indische cultuur een plaats moet krijgen. Dat zijn inspirerende dingen. En dat de Indische cultuur leeft kun je zien aan het massale bezoek aan bijvoorbeeld de Pasar Malam in Den Haag. Ik was daar deze zomer en stond versteld van de activiteiten en het enthousiasme. Dat zijn mooie dingen. Laten we die koesteren.
W.
Sorgdrager, voormalig minister