Organisatie -- Agenda -- Verhalen -- Documentatie --  Actualiteiten -- Links -- Een gastdocent vertelt -- Aanvraag gastles -- Index

Naar het vorig hoofdstukNaar index geschiedenisNaar het volgend hoofdstuk 

1. van 1590 tot 1940  

 

1.2 DE VERENIGDE OOST INDISCHE COMPAGNIE  1602-1800

De vele Compagnieën van Verre begonnen elkaar te beconcurreren en prijzen en winsten liepen terug. Het was Johan van Oldenbarnevelt die in 1602 deze verdeelde wereld van Hollandse en Zeeuwse reders wist te bundelen tot de Verenigde Oost Indische Compagnie. De eerste gouver­neur-generaal werd in 1609 Pieter Both, die evenals zijn directe opvolgers in de Molukken resideerde. Hij sprak de wens uit van een "algemeen rendez-vous punt": een meer westelijk gelegen trefpunt, waar de uitgaande vloten hun beste bestemming konden vernemen en de thuisgaande schepen zich zouden verzamelen tot retourvloten.

Dit trefpunt zou gerealiseerd worden door Jan Pieterszoon Coen. Hij werkte eerst op een handelskantoor in Rome, sprak zes talen en beheerste het boekhouden. Hij vertrok als 20-jarige naar Indië. Hij werkte voor de VOC op Java en in de Molukken en werd gouverneur-generaal in 1618.

Het ging de VOC primair niet om verovering van gebied, maar om de handel. Daarvoor werden op versterkte punten handelsposten ingericht, vaak veroverd op Portugezen en Engelsen, en op de restanten van die versterkingen gebouwd. De VOC had toen factorijen op de Molukken in Ternate, Ambon, Banda en Koepang; op Celebes in Makassar, op Java in Bantam, Japara en het huidige Jakarta. Die laatste plaats koos Coen uit voor het rendez-vous punt, maar de VOC werd daar al spoedig aangevallen door Inheemse troepen, gesteund door de Engelsen. Op 29 mei 1619 ondernam Coen zijn veldtocht tegen sultan Agung om het bezit van Jajakarta, destijds gespeld als Jacatra. Dankzij een omtrekkende beweging kostte de slag aan de Hollanders maar een dode.

Coen stierf in 1629. Hij heeft vooral strijd gevoerd met de Engelsen en met de bevolking van Molukse eilanden, die aan de Engelsen leverden, zoals Ceram en Banda. Hij deed dat met harde hand, ook naar de maatstaven van destijds. Zijn bewindvoerders hadden gematigder middelen geprefereerd.

Anthony van Diemen was gouverneur-generaal van 1636 tot 1645. Hij had het meer gemunt op de Portugezen: hij verdreef ze uit Malakka en bracht Batavia tot bloei. Het zou tot 1663 duren voordat de VOC Tidore bezette, het laatste steunpunt van de Spanjaarden.

Cornelis Speelman was gouverneurgeneraal tot 1684. Hij vocht in 1666 en 1667 een lange strijd in Makassar tegen Hassanoedin. Zuid-Celebes was in die tijd het centrum van de specerijen-handel der Boeginezen. Zij verscheepten peper, noten en nagelen vanuit de Molukken naar Arabië en China. Hassanoedin kon zijn oorlog tien maanden volhouden omdat hij goed in het geld zat en het nu nog bestaande fort lang onneembaar leek. Tijdens het tweede beleg werd er aan de zeezijde een bres in geschoten.

De consolidatie van de handelsgebieden bracht met zich mee dat er bestuurders en een gewapende macht optraden, waarmee de VOC als handelsonerneming het allengs bracht tot een staat-in-de staat.  Aan het eind van de 17e eeuw beheerste de VOC naast de Molukken een deel van West-Java en delen van Celebes.

Daarna ging het met de VOC bergafwaarts. Het middel van de hongi-tochten, waarmee de VOC het aanbod van specerijen voor de wereld-markt kunstmatig laag hield, bleek een keerzijde te hebben: Fransen en Engelsen kweekten de gewassen nu ook op andere eilanden. De winsten liepen terug en de bevolking in de Molukken zag zich beroofd van veel van hun eigen tuinen. Dit ging samen met aanzienlijk gestegen kosten van regeren en oorlogvoeren.

Uit West Java haalde de VOC nog winst op de koffie-cultuur. Maar de ambtenaren van de Compagnie waren zo corrupt en hun leefwijze was zo uitbundig, dat de VOC in 1799 met een schuld van 134 miljoen gulden werd overgenomen door de Nederlandse staat, althans door de Bataafse republiek. Het grondgebied in Indië omvatte nu ook de rest van het eiland Java en de zuidpunt van Sumatra.

De "Kompenie" was ten einde, maar haar naam zou blijven voortbestaan in de Indonesische taal als synoniem voor het Nederlands gezag, in haar stijl van meubilair, in haar gebouwen en in haar munten. Van haar kopergeld zijn zulke massa's in circulatie gebracht dat nu, na twee eeuwen, namaak daarvan nog steeds niet loont.

______________________________________________________________________