| Organisatie -- Agenda -- Verhalen -- Documentatie -- Actualiteiten -- Links -- Een gastdocent vertelt -- Aanvraag gastles -- Index |
2.1 JAPAN IN AZIË 1905-1940
Na een reeks van Japanse intimidaties aan het eind van de 19e eeuw werd Korea in 1905 een Japans protectoraat. Dit geschiedde kort na de Russisch-Japanse oorlog die eindigde met een vernietigende nederlaag van de tsaristische marine.
Dit geruchtmakende feit moet aan veel Aziaten duidelijk gemaakt hebben dat de mythe van Westerse suprematie wel degelijk doorprikbaar was. Tegelijkertijd ontstond in Europa het socialisme: beide ontwikkelingen hebben bijgedragen tot sterke nationalistische bewegingen in India en China.
In 1931 lokte het Japanse leger het Moekden-incident1 uit. De Keizer van Japan veroordeelde dit, maar legde zich erbij neer. Japan startte in Mansjoerije definitief met de verovering van zijn eigen koloniale rijk. Na een periode van intriges, politieke moorden en staatsgrepen begon Japan in 1936 met de inval in China aan de tweede fase van de Groot-Aziatische Oorlog. Een strijd die, gerekend vanaf het begin in Mansjoerije, bijna vijftien jaar zou duren
In de Pacific begon de spanning te stijgen. Peking, Sjanghai, Nanking werden in 1937 bezet, in die laatste twee steden van midden China waren meer dan een kwart miljoen mensen afgeslacht. De Kwomintang-regering van Tsjang Kai Tsjek trok zich terug in de meest westelijke hoofdstad: Tsjoengking. Alles wat dienstig was voor de oorlogsvoering werd met handkracht over honderden kilometers versleept: machines, installaties en fabrieken. Het jaar daarop viel Hankou en daarna Kanton in het zuiden.
In
voorjaar 1939 leek het even, dat het menens werd. De eerste gebieden ten zuiden
van China werden aangevallen: de Franse eilanden, Hainan voor de kust van Indo
China, en de Spratleygroep, voor de kust van Borneo werden eenvoudig bezet. Dat
was knap dichtbij, maar daarna raakte Japan in conflict met Rusland over Mongolië
en Mansjoerije. Net als de Duitsers claimde Japan "Lebensraum" en
zocht dat in het lege land Mongolië, maar de Russen sneden hen daar met tanks
de pas af.![]()


___________________
Achtergrond informatie Moekden incident
Dankzij de economische ontwikkeling werd ook het Japanse leger een stuk sterker, wat duidelijk tot uitdrukking kwam in de oorlogen tegen China en Rusland aan het begin van de 20e eeuw. In 1910 annexeerde Japan Korea en in de Eerste Wereldoorlog namen ze diverse Duitse kolonieen in de Grote Oceaan in.
De andere grootmachten kregen steeds meer door hoe sterk Japan was geworden en het systeem van de verdragshavens werd afgeschaft. In 1902 sloot Japan de Engels-Japanse Alliantie, in 1922 gevolgd door het Washington Naval Treaty met Engeland en de Verenigde Staten. In dit verdrag werd de onderlinge vlootverhouding vastgelegd, een verhouding 5-5-3 in het voordeel van de twee westerse grootmachten, tot groot ongenoegen van de Japanse bevolking. Japan werd steeds meer erkend als belangrijke grootmacht, wat nog eens extra werd bevestigd toen Japan in 1919 medeoprichter werd van de Volkenbond, samen met Frankrijk, Engeland en Italië.
Halverwege
de jaren twintig had Japan te kampen met drie ernstige problemen. Als eerste was
er de steeds maar groeiende macht van de militairen, die eisten Japan zijn
invloedssferen in Oost-Azië zou uitbreiden. Op de tweede plaats was er de
onmacht van de regering, ontstaan door het probleem met de militairen en ook
door de te grote macht van een aantal industriële leiders. Tenslotte waren er
problemen met nationalisten die eisten dat Japan zich zou onttrekken aan de
invloed van het westen en terug zou keren naar de traditionele normen en waarden
van het land. In 1937 dwongen deze ontwikkelingen Japan een rampzalige weg in te
slaan die een einde zou maken aan de moderne ontwikkelingen in het land.![]()
Tegenstanders van de agressieve nationalisten bepleitten een liberale koers in Japan zelf en een buitenlandse politiek die afgestemd was op de economische behoefte van het land en niet zuiver op militaire expansiedrift. De belangrijkste man onder deze groepering was Shidehara Kijuro, minister van Buitenlandse Zaken van 1924 tot 1927. Shidehara had veel last van de radicale groeperingen in de oppositie, die het gewenste gematigde regeringsbeleid volstrekt onmogelijk maakten.
Nog gevaarlijker waren bepaalde groeperingen binnen het leger, zoals de in 1930 opgerichte Cherry Society. Deze groep officieren geloofden in het absolute gezag van de keizer, in de noodzaak om radicaal een einde maken aan de verwesterlijking van Japan en in de opdracht van Japan om als beschermheer van Azië op te treden en het hele continent tegen het westen te beschermen. In de prakrijk leek dit neer te komen op onder andere een militair optreden tegen China.
Japan maakte handig gebruik van de chaos in China en van de burgeroorlog die volgde op de Chinese Revolutie van 1911, om zijn invloed van ten noorden van de Grote Muur uit te breiden. In 1927 was de Chinese regering onder leiding van generaal Tsjang Kai Tsjek echter sterk genoeg om de Japanse dreiging weg te werken. De roep om een militair ingrijpen van de nationalisten werd in Japan almaar groter om zodoende de belangen van de noordelijke provincies van China, waar veel voedsel, steenkool en ijzer vandaan gehaald werd, veilig te stellen.
De voorstanders van een agressieve buitenlandse politiek werden geholpen door de moeilijkheden die wereldwijd ontstonden tijdens de enorme economische recessie in het jaar 1929. De waarde van de Japanse exporten zou in twee jaar tijd met vijftig procent dalen. Het gevolg was dat veel bedrijven bankroet gingen, er grote werkloosheid ontstond en de onrust toenam.
Toen de regering in Tokio in 1930 instemde met het Londen Zeevaart Verdrag dat het aantal Japanse schepen in de Grote Oceaan nog verder terugbracht, ervoeren officieren van het leger dat als een grote vernedering. Met vele anderen waren zij van mening dat de regering zwak en onvaderlandslievend gehandeld had. In 1930 raakte premier Hamaguchi Yuko gewond en zijn opvolger werd in 1932 vermoord. Vijf jaar lang stond Japan in het teken van dit soort gewelddadige incidenten. Het zou niet lang meer duren voordat de legerofficieren zouden besluiten het heft in eigen handen te nemen.
Op 18 september 1931 bezetten Japanse troepen de stad Moekden in de provincie Mantsjoerije zonder toestemming van de regering. Nog voor het eind van het jaar was de gehele provincie in Japanse handen gevallen.
De regering was niet in staat de actie te stoppen en besloot om deze dan maar te steunen. De Volkenbond kwam met een veroordeling en Japan besloot uit de Volkenbond te stappen. Deze actie plaatste Japan buiten de internationale gemeenschap.
De Mantsjoerije-actie kondigde het einde aan van het partijenstelsel in Japan. Een golf van politiek geweld overspoelde het land en de macht kwam in handen van een aantal militaire groeperingen die vast wilden houden aan de ‘Japanse levenswijze’. Dit bleek duidelijk uit de verering van keizer Hirohito, uitingen van extreem nationalistische gevoelens en de overtuiging van de Japanners dat zij de rol van Aziatisch leider op zich moesten nemen. De censuur nam toe en minister van Financiën Takahasi Korekiyo probeerde de economische recessie het hoofd te bieden door de goudstandaard van de Yen los te laten en de overheidsuitgaven op te voeren. De opbrengsten uit de landbouw stegen en de industrie verdubbelde tussen 1935 en 1939 zijn productie. De handel van Japan met Azië nam weer toe.
De meeste
zorg baarde echter het herstel van de Japanse metaalindustrie, de scheepsbouw en
de chemische industrie. Het grootste deel van de industriële expansie van na
1937 kwam door opdrachten van het leger dat zijn uitgaven tussen 1933 en 1937
met 9 procent en tussen 1938 en 1942 zelfs met 38 procent zag stijgen. Dit kon
verklaard worden met het feit dat Japan in de zomer van 1937 het noordelijk deel
van China zou binnenvallen. Dit zou het begin worden van acht rampzalige
oorlogsjaren, waardoor een eind zou komen aan de eerste fase van de opkomst van
Japan als economisch bolwerk.![]()
____________________________________