Organisatie -- Agenda -- Verhalen -- Documentatie --  Actualiteiten -- Links -- Een gastdocent vertelt -- Aanvraag gastles -- Index

Naat het vorige hoofdstukNaar index geschiedenisNaar het volgende hoofdstuk

2 Japanse aanval

 

 

2.4 GEALLIEERDE STRIJDKRACHTEN

Tot aan de aanval van Japan eind 1941 was er in feite geen sprake van een geallieerde aanpak.
Nederland had zich bijna een eeuw gehouden aan haar neutraliteit, en werd in vijf dagen onder de voet gelopen.

Frankrijk was militair verslagen, haar marine met het slagschip Richelieu was in Dakar door de Engelsen met zware embardementen uitgeschakeld.

In Engeland vocht de RAF met de Luftwaffe een moeizame strijd om het overwicht in de lucht; de Navy had de handen vol aan de duikbootoorlog, de raiders en de aanvallen op konvooien.

Australië en Nieuw Zeeland hadden in mankracht een belangrijke bijdrage geleverd aan het stuiten van de Duitse opmars naar het Suez-kanaal.

Rusland had bij de Duitse opmars het grootste deel van haar militaire materieel verloren en was maar net begonnen met het overbrengen van de industrie achter de Oeral.

In de Verenigde Staten stelde  het leger numeriek en kwalitatief weinig voor, de marine was kort daarvoor begonnen aan het "Twee Oceanen Plan". Een zelfstandige luchtmacht was er niet: leger, marine en mariniers hadden hun eigen toestellen en die afdelingen waren geen van allen voorbereid op een oorlog. De isolationistische visie en de macht van de vakbonden hadden de  mentale weerstand van de Amerikaanse arbeiders ernstig ondergraven: voor de oorlog "in Europa" bestond nauwelijks interesse, er was een grote angst voor het communisme.

Nederlands-Indië was zich koortsachtig aan het bewapenen, maar de geallieerde wapenindustrie was begrenst in capaciteit en leverde allereerst aan de eigen strijdkrachten.

Voor een inheemse dienstplicht was de politiek vooralsnog zeer beducht, het KNIL was en bleef in feite een politieleger van onafhankelijk opererende bataljons.

Bij de marine ontbrak het zowel aan schepen als aan vliegtuigen, maar men was daar wel begonnen aan een spoed-opleiding voor nieuw personeel. Na de capitulatie op Java zouden hieruit in Australië de Nederlandse strijdkrachten voor de bevrijding van Indië worden geformeerd.

De Japanse aanval werd door alle geallieerden voorzien, maar regeringen en strijdkrachten waren zo in eigen problemen verwikkeld en zo slecht bewapend, dat er geen ruimte was voor effectief gezamenlijk optreden. Dit werd ten dele gecompenseerd omdat ook aan de zijde van de As-mogendheden maar in beperkte mate sprake was van een gezamenlijke strategie.

Hitler-Duitsland verkeek zich op dramatische wijze op de afkeer van het  Russische volk tegen het communistisch regime; Italië had voor haar "Mare Nostrum" alleen een Romeinse droom voor ogen: bestuurlijk noch militair was er een inhoudelijk plan. En Japan hechtte geen waarde aan een wereldomvattende strategie binnen het bondgenootschap.

Ook na de deelname van de Verenigde Staten bleef het geallieerde optreden aanvankelijk zwak. Amerika stond vooralsnog voor een immense taak: leger en marine moesten met een factor 20 worden uitgebreid en de democratische sfeer daarin moest worden omgezet in een harde discipli­naire bevelsvoering. Moderne handwapens, materieel voor landingen, snelle slagschepen, strategische bommenwerpers en jachtvliegtuigen moest worden ontwikkeld en voor de productie  ervan moest een enorm industrieel arsenaal worden vrijgemaakt en omgebouwd.

Over een andere  afloop van de tweede wereldoorlog zijn later veel speculaties gemaakt. Een scenario stelt, dat de Japan zijn beste kansen verspeelde toen het bij Pearl Harbor niet direct landde en gelijkertijd op dezelfde wijze ook Singapore bezette. Het isolationistische denken en de zware verliezen zouden dan Amerika niet in de oorlog gebracht hebben. Als Japan daarna Rusland in de rug had aangevallen zouden de As-mogendheden een reële kans op een wapenstilstand gehad hebben.



______________________________________________________________________________