Organisatie -- Agenda -- Verhalen -- Documentatie --  Actualiteiten -- Links -- Een gastdocent vertelt -- Aanvraag gastles -- Index

Naat het vorige hoofdstukNaar index geschiedenisNaar het volgende hoofdstuk
   2 Japanse aanval

 

 

2.5 JAPANSE STRIJDKRACHTEN

Tot in de tweede helft van de 19e eeuw was Japan een sterk geïsoleerd eilandenrijk met een feodale structuur. De hoogste kaste was de Samoerai, de erfelijke stand van krijgsheren met een middeleeuwse code: leven en sterven voor een spartaans ideaal Abushido, de totale dienstbaarheid aan de goddelijke taak van Japan, heerser te zijn van de wereld.

Bij het binnendringen van westerse gedachte zagen deze krijgsheren hun aanzien en waarde in de samenleving afbrokkelen.  Een welkome wending in deze ontwikkeling was de Japanse zege in de Russisch-Japanse oorlog, die de militaire kaste terug bracht in de volksgunst. Japan voelde deze overwinning op een westers land als een bevestiging van "Hakko Ichiu" het brengen van de vier hoeken van de wereld onder het gezag van de goddelijke Keizer.

De schuchtere pogingen van sommigen politici vlak na de eeuwwisseling om een democratie tot stand te brengen gingen gepaard met sociale en culturele verwarring. De crisis van de jaren dertig vormde de gelegenheid voor de militaire kaste om weer de macht te grijpen en de weg  naar de wereldverovering in te slaan.

Voor deze verovering gold een groot deel van Azië als het eerste doel, en dit werd opnieuw de grondslag van de Japanse cultuur, tezamen met het ideaal van de Bushido. Dit fanatieke  denken maakte het mogelijk de totale mankracht en het industrieel potentieel van het gehele land voor de Aziatische oorlog in te zetten. De beste vliegtuigen, de machtigste slagschepen, de sterkste legers, de hardste training en de totale indoctrinatie zouden de overwinning waarborgen.

De Japanse soldaat, matroos en vlieger werden meedogenloos gevormd tot vechtrobots. Niet verstandelijke discipline maar ijzeren tucht was het ideaalbeeld. Sterven voor de Keizer was een hoge eer. Zich overgeven was een onuitwisbare smaad, ook voor de familie was die ondraagbaar.

Dit starre fanatieke geloof in eigen suprematie was echter ook de oorzaak van het onvermogen om het potentieel van de tegenstander naar waarde te schatten.

Het leger was geoefend en gehard in jarenlange veldtochten tegen Korea, China en tsaristisch Rusland. Het was mobiel, kon leven van het land en stelde weinig eisen voor persoonlijk comfort. Het thuisfront maakte geen problemen: het denken in gezin en familie was primair gericht op ondersteuning van het leger. De bevelvoering was goed ontwikkeld, de handwapens waren betrouwbaar en niet al te kostbaar. In veroverd gebied werden hulparbeiders ter plaatse geronseld. Voor de bezetting van de lange kustlijn van China werden succesvolle landingsoperaties ontwikkeld met zeer eenvoudige middelen.Vreemd genoeg waren zowel de zware artillerie als het tankwapen slecht ontwikkeld. Dit bleek vooral tijdens grensgevechten tegen Rusland in Mongolie.

De marine vormde in Japan een elite maar leefde op zeer gespannen voet met het leger. Men wist dat het westen, maar speciaal Amerika, een groter industrieel vermogen bezat en ging er daarom van uit dat hun eigen oorlogsschepen op den duur niet in aantal zouden kunnen zegevieren maar dat zij stuk voor stuk moderner en groter en beter geoefend zouden moeten zijn.

Zo waren de Japanse superslagschepen bijna 50% groter dan hun tegenstanders, de zware kruisers 30% groter. De nieuwe Japanse torpedo was bijna twee keer zo groot, reikte drie keer zo ver en had geen zichtbare bellenbaan. Japan bezat een grote vloot van onderzeeboot-kruisers, velen waren uitgerust met verkenningsvliegtuigen, later ook met zelfmoord dwerg-onderzeeboten.

Het nachtgevecht was hoog ontwikkeld. Het werken met lichtgranaten, zoeklichten en lichtfakkels van boordvliegtuigen werd intensief geoefend. De overwinningen bij Bali in de Badoengstraat, in de Javazee en het halve succes in de Koraalzee (het scheepskerkhof of Ironbottom sound) waren hieraan grotendeels te danken.

Met alle aandacht die er aan nieuwe superschepen werd geschonken is het toch opvallend dat >de oudjes= van Japan het zo goed deden. De 4 slagkruisers van de Kongo klasse, naar een Engels ontwerp van voor 1914 hadden in de tweede wereldoorlog de beste staat van dienst, evenals de lichte kruisers uit 1920/25, die overal in de Pacific ingezet werden.

Hoewel de hoogste leiding rotsvast geloofde in de waarde van het slagschip voor de uiteindelijke beslissing in de zeeslag, werd er in het veroveringsplan van Japan van uitgegaan dat de marine steeds door vliegtuigen vanaf  vliegdekschepen of vanuit bases op de veroverde eilanden gesteund zou worden. Daarom was het luchtdoelgeschut op de schepen gering: dit strookte ook met het Japanse denken, dat verdediging minder eervol was dan de aanval. Een andere consequentie was de geringere actieradius van de schepen, die vanuit de veroverde  eilanden steeds van nabij bevoorraad zouden worden.

Het was een grote morele slag voor de keizerlijke marine dat hun trotse slagschepen zich nauwelijks met hun tegenstanders gemeten hebben, en dat hun laatste exemplaren door gebrek aan brandstof werkeloos in de bases bleven liggen. Het trotse superslagschip Yamato kreeg voor een krappe enkele reis aan brandstof mee om een zelfmoordaanval op het Amerikaanse bruggehoofd van Okinawa uit te voeren, maar werd onderweg door vliegtuigbommen en torpedo's tot zinken gebracht. Hetzelfde lot onderging eerder het zusterschip Musashi.

Een ernstige fout in het Japanse denken was de verontachtzaming van de bescherming van de koopvaardij-vloot. En die was van levensbelang: evenmin als Engeland kon Japan oorlog voeren zonder een konstante stroom van grondstoffen en voedingsmiddelen.

Evenals de Verenigde Staten en Nederlands-Indië had Japan geen zelfstandige luchtmacht. Zowel leger als marine hadden eigen luchtvaartafdelingen, die voornamelijk een ondersteunende taak hadden.

Bij het leger was de ondersteuning van de infanterie door lichte en middelzware bommenwerpers goed ontwikkeld. Boven China werden op den duur meer vijandelijke jachtvliegtuigen van Russisch en Amerikaans fabrikaat ontmoet. Dit leidde tot de behoefte aan jachtvliegtuigen die de bommenwerpers over grote afstanden konden escorteren. De Mitsubishi  Zero jager die daarvoor werd ontwikkeld was de grote verrassing voor de geallieerden, hoewel de "Flying Tigers" (Amerikaanse vrijwilligers in China) reeds voor dit vliegtuig gewaarschuwd hadden. In het eerste oorlogsjaar veroverde deze jager overal waar hij kwam het overwicht in de lucht. Pas later kwamen de zwakke punten van dit vliegtuig aan het licht; het gebrek aan pantser en de lichte konstructie maakten dit vliegtuig bijzonder kwetsbaar voor een goed geoefende tegenstander en het ontbreken van radio belemmerde goed gecoördineerd optreden.

Het marine-luchtwapen bestond voor het grootste deel uit landvliegtuigen. Daarvan waren in het begin de torpedovliegtuigen, de duikbommenwerpers en de escorterende Zero-jagers de schrik van de geallieerden.

De vliegdekschepen werden goed geleid en bemand met prima vliegers die uitstekende vliegtuigen vlogen. Toch ontbrak het ook hier aan voldoende besef voor de verdediging. Vooral de brandbe­veiliging liet veel te wensen over. Ook de opleiding van vliegers was door de uiterst strenge selectie niet in staat tijdig geoefende vervangende bemanningen te leveren.

Aan het einde van de oorlog werden massaal vliegers opgeleid voor de Kamikaze's de zelfmoorde­skaders, die het ongunstige tij zouden moeten keren.

De grootste overwinning behaalde Japan op zondagmorgen 8 december 1941, toen het de Amerikaanse slagschepen uitschakelde. Dit veroorzaakte een overwinningsroes die Japan verleidde tot een vergaande uitbreiding van veroverd gebied. Maar de verdediging van dit immense gebied vroeg een defensief denken dat aan de Japanse geest vreemd was. Na Pearl Harbor waarschuwde admiraal Yamamoto voor de ontwaakte Amerikaanse reus. Later kon Japan zelfs het eigen eilandenrijk en de Japanse binnenzee daartegen niet meer verdedigen.


_____________________________________________________________