| Organisatie -- Agenda -- Verhalen -- Documentatie -- Actualiteiten -- Links -- Een gastdocent vertelt -- Aanvraag gastles -- Index |
Oktober 1944 - juni 1945
De
aanval op de Philippijnen werd ingezet op 20 oktober 1944. Na de landing zette
de Japanse marine alles op alles om het Amerikaanse bruggehoofd op het eiland
Leyte te vernietigen. Zij trachtten de Amerikanen te verrassen en beraamden
van drie
kanten aanvallen op de 3e en 7e Amerikaanse vloot. Het noordelijke
Japanse eskader wist een deel van de Amerikaanse derde vloot weg te lokken van
Leyte. In de nacht van 24 op 25 oktober werd het zuidelijke eskader ontdekt,
de zevende US-vloot heeft daar korte metten mee gemaakt, al werden daar nu
voor het eerst de kamikaze
zelfmoord-aanvallen ingezet.
Het
restant van de Amerikaanse schepen voor de kust van Leyte (4 vliegdekschepen
en 7 jagers) kwam kort daarop in de ochtendschemering oog in oog met de
Japanse hoofdmacht van 4 slagschepen, 6 zware kruisers en 10 jagers, die
vanuit het westen aanviel. De Amerikanen leken kansloos, maar vielen direct
aan met alle denkbare middelen en zonden ongecodeerde radioberichten uit om
hulp. Vier jagers wisten de Japanners weg te houden van de Amerikaanse
vliegdekschepen tot de hulp kwam van teruggekeerde vliegtuigen. Toen die
aanvielen keerde de Japanse commandant om en brak de aanval af. Hij meende dat
hij nu de hele derde vloot tegenover zich had, maar die was vele mijlen ver
weg en net begonnen met een vernietigende aanval op het noordelijke Japanse
eskader.![]()
De Japanse marine was nu geen partij meer voor de Amerikaanse vloot en luchtmacht. De US-Navy bezat een overmaat aan vliegdekschepen en de duikboten waren uitgerust met nieuwe meer accurate torpedo's. Japan verloor 3 slagschepen, 4 vliegdekschepen, 10 kruisers en 500 vliegtuigen.
In december 1944 en januari 1945 volgden de landingen op Luzon, gevolgd door hevige gevechten. Pas op 3 maart kon MacArthur de verwoeste hoofdstad Manilla na langdurige straatgevechten innemen, maar de gevechten in de bergen zouden voortduren tot het einde van de oorlog in augustus 1945.
De Amerikanen verloren 8.000 man en 33.000 gewonden en er sneuvelden ruim 190.000 Japanners.
De kamikaze-aanvallen met vliegtuigen vol explosieven waren voor de Amerikaanse Marine aanvankelijk een complete verrassing. De gedachte ervan was niet los te zien van het Japanse denken: alles voor de Keizer en daar waren meer voorbeelden van bekend. Amerikaanse soldaten hadden te maken gehad met bodycrushers: een soort menselijk projectiel, dat beladen met explosieven en ondanks hevig tegenvuur gewoon doorliep.
De inzet van kamikazes door de Japanse marine in najaar 1944 wordt verklaard uit het toenmalige enorme verlies aan schepen en manschappen: men voer toch steeds uit met de gedachte "wij komen ook niet meer terug". De Amerikanen reageerden met een betere brandbeveiliging en extra afweergeschut. In de slag bij Leyte bereikte 27% van de kamikaze-piloten nog hun doel, dat liep al snel terug tot 15%; in totaal werden ruim 4000 oude en nieuwe Japanse toestellen voor dit doel ingezet.
Na de verovering van Guam en Saipan op de Marianen werden daar vliegvelden aangelegd voor grote vliegende forten: de B-29 lange afstand bommenwerper.
Daarmee
kon Japan nu aangevallen worden; maar de eerste resultaten waren slecht.
Vanuit Iwo-Jima, een eiland halverwege de weg naar Tokyo, vielen de Japanners
de Amerikaanse luchtvloten en hun bases met succes aan. Pogingen om Iwo-Jima
uit de lucht aan te vallen hadden onvoldoende succes.![]()
Besloten
werd tot de verovering door grondtroepen; het eiland zou ook een goede basis
zijn voor B-29's, begeleidende jagers en voor noodlandingen van terugkerende
bommenwerpers. Na een bombardement van tien weken vanaf december 1944 kwam de
landing op 19 februari 1945. De verovering van het eiland was geschat op enkele
dagen, maar de A
merikaanse verkenningsvliegtuigen hadden zich verkeken op een
complex gangenstelsel met betonnen mitrailleurnesten. Zelfs artillerie en
luchtdoelgeschut waren ingegraven.
De landing werd haast onmogelijk door het moordend vuur van kustbatterijen. Op 23 februari werd de Amerikaanse vlag gehesen op de berg Suribachi op de zuidpunt van Iwo-Jima. De opname daarvan van de fotograaf Rosenthal zou later wereldberoemd worden. Maar de overwinning was nog lang niet bereikt: daarna moest het ene ondergrondse nest na het andere met vlammenwerpers en handgranaten worden uitgeschakeld. De strijd duurde nog een maand: 21.000 Japanners sneuvelden, 1100 gaven zich over. De Amerikanen verloren bijna 7.000 man en hadden 20.000 gewonden.
De aanvallen op Japan met de B-29 vliegende forten waren al sinds juni 1944 ingezet. Eerst kampte de luchtmacht met het dikke wolkendek, daarna met een constante harde wind op afwerphoogte. Het doel, de Japanse industrie, werd hierdoor nauwelijks getroffen. In maart 1945 ging men over tot nachtelijke bombardementen met brandbommen op stadswijken met houten huizen: door deze vuurstormen werd de naburige industrie alsnog bereikt. Tokyo werd op deze wijze in de nacht van 9 op 10 maart 1945 platgebrand, dit kostte 84.000 doden.
Als
tweede aanvalsbasis voor de aanval op Japan werd Okinawa gekozen, gelegen op
dezelfde hoogte als Iwo-Jima, halverwege de noordpunt van de Philippijnen en het
centrum van Japan. De Japanners hadden deze aanval voorzien en het eiland met
eenzelfde ondergronds stelsel verdedigd als Iwo-Jima: betonnen geschutstellingen
die elkaar ondersteunden, met daartussen ondergrondse gangen.
Tijdens de landing op 29 maart 1945 was er geen weerstand: de goed gecamoufleerde verdedigingswerken lagen in het achterland. Daar herhaalde zich het toneel van het uitbranden door granaten en brandstof te werpen in luchtgaten, terwijl er vanuit andere bunkers zeer gericht werd geschoten.
Kamikazes waren drie keer actief: vóór de landing werden twee Amerikaans vliegdekschepen in brand geschoten; tijdens de gevechten vielen 400 Japanse toestellen de marine aan en in de laatste dagen nog eens 50. Het superslagschip Yamato voer op 7 april 1945 naar Okinawa, maar werd onderweg door Amerikaanse vliegtuigen tot zinken gebracht. Het was een zelfmoord-missie, het schip had alleen brandstof bij zich voor de heenreis.
Op 22 juni 1945 pleegde de Japanse commandant zelfmoord en kwam op Okinawa het einde van de strijd.
De Amerikaanse marine verloor 4900 doden en een gelijk aantal gewonden, 30 schepen waren tot zinken gebracht. Het leger verloor bijna 8.000 doden en het viervoudige aan gewonden. Bij de Japanners sneuvelden 10.000 man en een ongekend hoog aantal van 7400 gaf zich over.