| Organisatie -- Agenda -- Verhalen -- Documentatie -- Actualiteiten -- Links -- Een gastdocent vertelt -- Aanvraag gastles -- Index |
Een requiem in tanka

IN MEMORIAM ROBBIE T.
Tjimahi,
1945
Hij was veertien jaar
toen hij stierf van de honger
in een jappenkamp-
hoe hij riep om zijn moeder,
zijn moeder zo ver van hem.
Een fouragekar
draagt zijn uitgeteerd lichaam
naar de begraafplaats;
daarop ligt hij, zo klein
in een tikar gewikkeld. 1
De rouwstoet bestaat
uit twee mannen, een jongen
en een Japanner-
alleen het wielgeratel
verbreekt de stilte op straat.
Wij graven een kuil
- uiterlijk onbewogen -
en leggen hem neer
in de vruchtbare aarde
ergens in de Preanger 2
Cimahi,
1995 Weer loop ik de weg
van het kamp naar het kerkhof
kort na dageraad;
bij opstijgende nevels
slaan herinneringen neer.
Een kruis met zijn naam
op het veld Leuwigajah 3
is wat van hem bleef.
Terwijl ik bloemen neerleg
hoor ik hem roepen, als toen.
Piet Dietze
Jongens vanaf 10 jaar mochten in de jappenkampen niet bij hun moeder blijven en werden apart ondergebracht in jongenskampen of mannenkampen. Vaak moesten zij onder erbarmelijke omstandigheden corvee doen zoals het verzorgen van zieken.en het begraven van doden.
1: Tikar: slaapmatje van gevlochten palmbladeren.
2: Preanger: bergachtige streek in West Java.
3: Ereveld bij Cimahi: Hier liggen 3961 mannen en 479 jongens begraven.
In Tanka uit de bundel Het rood van karpers door Piet Dietze.
Uitgegeven
bij de Beuk Amsterdam 1996 (ISBM 90-6975-324-3, NUGI 310)