Organisatie -- Agenda -- Verhalen -- Documentatie --  Actualiteiten -- Links -- Een gastdocent vertelt -- Aanvraag gastles -- Index

Tijdlijn van Recht en Ontkenning over hetBeheer door naoorlogs Japan van haar oorlogsmisdaden tegen de mensheid

 

Het Japanse keizerlijke leger beging talloze oorlogsmisdaden tegen de mensheid vóór en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deze tijdlijn is opgebouwd om het beheer door het naoorlogse Japan van deze zwarte bladzijde in de Japanse geschiedenis te bezien vanuit het gezichtspunt van recht en ontkenning. De gekozen evenementen zijn hoofdzakelijk een voorbeeld van hoogtepunten van politieke gebeurtenissen die in Japan hebben plaats gevonden. Er zijn sommige niet-Japanse evenementen toegevoegd om de vergelijking van lezers met de Japanse positie te vergemakkelijken.

1948
4 november
25 Klas A criminelen worden door het Internationale Militaire Tribunaal in het Verre   Oosten schuldig bevonden, 7 worden tot de dood veroordeeld en 16 krijgen levenslang. Van de 70 Japanners die voor Klas A misdaden zijn aangehouden, worden er slechts 28 voor het tribunaal terechtgesteld. Alle niet veroordeelde Klas A misdadigers worden tegen 1948 vrijgesteld. De meeste van hen keren onmiddellijk terug naar de Japanse politieke arena. Tegen december 1958 wordt de laatste gevangen Japanse oorlogsmisdadiger vrijgelaten.  

1951
September 8
Japan ondertekent het San Francisco vredesverdrag met de geallieerde machten, met uitzondering van de Koreaanse en Chinese regeringen. Artikel 14 van het verdrag bepaalt dat de complete oorlogstijdvergoeding aan de geallieerde machten dient te worden uitgesteld tot Japan zich in een betere financiële positie bevindt.

1954
December      
Mamoru SHIGEMITSU wordt de Japanse Minister van Buitenlandse Zaken. SHIGEMITSU was vroeger minister van buitenlandse zaken in het TOJO-kabinet en was een tot 7 jaar veroordeelde schuldig bevonden Klas A oorlogsmisdadiger.

1956    
Nobusuke KISHI wordt de Japanse Minister van Buitenlandse Zaken.  Hij diende als minister van handel en industrie en als vice-minister van munitie in het TOJO-kabinet. KISHI werd als een Klas A oorlogsmisdadiger aangeklaagd, maar werd zonder proces in 1948 vrijgegeven.

1957
25 februari:  Nobusuke KISHI wordt minister-president van Japan (1957-60).

1960
Er wordt een publiek monument met de inscriptie Tombe van de Zeven Martelaren in Japan opgericht ter ere van de zeven Klas A oorlogsmisdadigers die door het Internationale Militaire Tribunaal in Het Verre Oosten ter dood werden veroordeeld.

1965

12 Juni 
Professor Saburo IENAGA van de Tokio Universiteit van Onderwijs  deponeert een rechtszaak tegen de Japanse minister van onderwijs voor het onwettig doorlichten van de referenties naar Unit 731 en het 1937 Nanking bloedbad in zijn geschiedenistekstboeken. Professor IENAGA werd sinds het einde van de jaren 1950 door het Ministerie van Onderwijs verplicht steeds weer zijn tekstboek te reviseren.

1970  
December:
Willy Brandt, kanselier van West-Duitsland, geeft zijn wens voor verzoening te kennen als hij knielt bij het Warschau Getto monument voor de Poolse Nazi-slachtoffers.

1978 
17 oktober
De zeven geëxecuteerde Klas A oorlogsmisdadigers worden in het Yasukuni-schrijn geborgen. Het Yasukuni-schrijn is Japans nationale schrijn om de goddelijke geesten te vereren van de Japanse oorlogsdoden die zich hebben opgeofferd voor Japan.

1982  
Juni       
Het Japanse Ministerie van Onderwijs en Cultuur verdraait de geschiedenis over de Japanse invasie van China middels het Japanse doorlichtingssysteem van tekstboeken.

1985
15 augustus
Op de 40ste gedenkdag van de Japans overgave woont Yasuhiro NAKASONE, in zijn officiële functie van Minister-president van Japan, een eredienst bij het Yasukuni-schrijn bij. NAKASONE is de eerste naoorlogse Japanse Minister-president om zo hulde te bewijzen.

1986
September
Masayuki FUJIO, de Japanse Minister van Onderwijs van het NAKASONE-kabinet, zegt dat de Japanse annexatie van Korea in 1910 legitiem is.

1988
April
Seisuko OKUNO, de Japanse Minister van Onroerend Goed van het TAKESHITA-kabinet, verklaart in het bijzijn van Keizer Hirohito bij het Yasukuni-schrijn dat Japan geen agressor is, maar dat het tijdens de Tweede Wereldoorlog alleen tegen het witte kolonialisme vocht.  

Augustus 10
De VS neemt de wet aan voor het herstel van geïnterneerde Japanse Amerikanen in de Tweede Wereldoorlog.  

September
De Canadese regering verontschuldigt zich formeel voor het onjuist interneren van Japanse Canadezen in de Tweede Wereldoorlog. Er wordt ook een vergoedingsregeling aangekondigd.

ISHIKI, Directeur-generaal van het Japanse Bureau voor Militaire Geschiedenis, zegt dat hij als deelnemer aan de oorlog en na zorgvuldige studie van de oorlogsgeschiedenis niet denkt dat de Japanse invasie van China agressie is.


7 December
De burgemeester van Nagasaki, Hitoshi MOTOJIMA, zegt dat Keizer Hirohito verantwoordelijk is voor de oorlog. Rechtse groeperingen lanceren onmiddellijk een heftige intimidatiecampagne tegen hem. Sommige groeperingen verlangen zelfs zijn dood.

1989
7 januari      
Keizer Hirohito van Japan sterft.

Januari
(medio) Een rechtse fanatiekeling schiet Nagasaki’s burgemeester Hitoshi MOTOJIMA in de rug. MOTOJIMA herstelt zich van de dodelijke wond.

12 April
Tijdens het bezoek van China’s Minister-president aan Japan betuigt Keizer Hirohito van Japan zijn “spijt” over de ongelukkige geschiedenis tussen China en Japan.

1990
Juni      
Tadao SHIMIZU, Japan’s Directeur-generaal van het Arbeid Veiligheidsbureau, ontkent welke betrokkenheid dan ook bij de rekrutering van militaire seksslaven, de zogenoemde “comfort-vrouwen”, als hij wordt ondervraagd in het Diet (Japans parlement).

September     
De voormalige Japanse wetgever Shintaro ISIHARA (in 1999 zou hij worden gekozen tot gouverneur van Tokio) verklaart het Nanking Bloedbad een verzinsel.

1991
januari
Shintaro ISHAHARA ontkent nogmaals publiekelijk de Aanranding van Nanking.

Augustus
De eerste vrouw, een Koreaanse, legt een publieke getuigenis af van haar leven als een “comfort-vrouw” van het Japanse Keizerlijke Leger.

6 december
In Japan wordt de eerste “comfort-vrouw” rechtszaak  tegen de Japanse regering gedeponeerd.

In de 90er jaren werden rechtszaken van andere Japanse oorlogsmisdaden tegen de mensheid tegen de Japanse regering ingebracht. Deze rechtszaken kregen sterke ondersteuning van een kleine groep procureurs, geleerden, activisten en leden van burgergroeperingen in Japan.

1992
9 december 1992
Mevrouw Jan Ruff-O'Herne maakt als eerste Europese de zaak van TROOSTMEISJE wereldkundig. Dit deed zei in het Japanse "Diet" regeringsgebouw, in het bijzijn van de Japanse  Minister van Buitenlandse Zaken.

1993  
4 augustus
De Japanse regering brengt een rapport uit waarin voor het eerst misleiding, dwang en officiële betrokkenheid bij het rekruteren van “comfort-vrouwen” wordt toegegeven.

23 augustus
In zijn politieke toespraak voor het Japanse Diet betuigt de Minister-president van Japan, Morihiro HOSOKAWA, “diepe wroeging en verontschuldiging” voor de agressieoorlog van Japan.

1994
Mei       J
Japan’s Minister van Justitie, Shigeto NAGANO, een veteraan uit de Tweede                 Wereldoorlog en voormalig stafchef van het Japanse Leger, verklaart dat het Nanking Bloedbad is verzonnen en dat Japan geen agressor is in de oorlog.

Augustus
Japan’s Minister van Internationale Handel en Industrie, Ryutaro HASHIMOTO (hij zal later, in 1996, minister-president worden) verklaart dat Japan’s oorlog met de Verenigde Staten, Engeland, Frankrijk en Holland geen agressie is.

Japan’s Minister van Milieu, Shin SAKURAI, van het MURAYAMA-kabinet verklaart dat de Japanse bezetting een zegen is voor de buurlanden van Japan.

24 november
De Internationale Commissie van Juristen (een internationale niet-gouvernementele organisatie van 45 eminente juristen, vertegenwoordigers van de verschillende wetsystemen in de wereld) concluderen in een speciaal rapport dat “comfort-vrouwen” onmiskenbaar werden gedwongen, misleid,
onderdrukt en ontvoerd om de Japanse krijgsmacht van seksuele diensten te voorzien.

1995
Februari
Seisuke OKUNO, een prominente Japanse wetgever en voormalige Minister van Justitie en Minister van Onderwijs in Japan, organiseert een nationale campagne, getiteld “Comité-Generaal van de Burgerbeweging voor de Vijftigste Gedenkdag van het Einde van de Oorlog”. Uiteindelijk worden 4.5 miljoen handtekeningen verzameld om te opponeren tegen de erkenning van en de verontschuldiging voor het Japanse oorlogsgedrag door het Diet van Japan.

Maart
Shingo NISHIMURA, Vice-Minister van Defensie in het Japanse parlement, verklaart dat Japan zich voor de 50ste gedenkdag van de Tweede Wereldoorlog opnieuw moet verontschuldigen en haar kinderen en kleinkinderen moet herinneren aan Japan’s misdadige verleden dat Japan beroofde van zijn eergevoel en zelfrespect.

29 Mei
De Japanse conservatieven en nationalisten organiseren in Tokio een belangrijke jamboree, getiteld “ Een Eerbetoon, Waardering en Vriendschap: een Viering van de Symbiose van Aziatische Naties”, om de Japanse bevrijdingsoorlog van Azië te herdenken. De Japanse Oost-Azië Oorlog wordt gepresenteerd als een moedige strijd tegen Westers kolonialisme.

1995
3 Juni
De prominente Japanse wetgever en voormalige Minister van Buitenlandse Zaken, Michio WATANABE, vervormt de geschiedenis en beweert dat Japans annexatie van Korea “vreedzaam” is.

9 Juni
Om de 50ste gedenkdag van het einde van de Tweede Wereldoorlog te vieren, neemt het Lagerhuis (Huis van Afgevaardigden) van het Japanse Diet een Geen-Oorlog resolutie aan. Om de verschillen tussen de politieke partijen plaats te geven, wordt de resolutie zo verwaterd dat het geen brede en ondubbelzinnige “verontschuldiging” aan slachtoffers insluit. Van de 502 afgevaardigden van het Lagerhuis ondersteunen er 230 de resolutie en onthouden zich er 241 van stemming. Het Hogerhuis (Raad van State) besluit de stemming ongedaan te maken vanwege het onvermogen de partijverschillen te coördineren.

19 Juli
Het Aziatische Vrouwenfonds wordt door de Japanse regering opgericht voor de voormalige seksslavinnen van het Keizerlijke Japanse Leger. Het fonds dient geheel te worden verzameld door particuliere giften om projecten te financieren die zijn gericht op verbetering van medische en maatschappelijke omstandigheden voor vrouwen. Heel weinig “comfort-vrouwen” accepteren een betaling door het fonds. De slachtoffers verlangen rechtstreekse verontschuldiging en vergoeding door de Japanse regering.

8 augustus
Yoshinobu SHIMAMURA, Japan’s Minister van Onderwijs in het MURAYAMA-kabinet, maakt duidelijk dat het niet nodig is voor Japan om nog meer “spijt” te betuigen voor het koloniale
optreden in oorlogstijd.

15 augustus
Japan’s Minister-president, Tomiichi MURAYAMA, uit in een persoonlijke verklaring zijn gevoelens van “diepe wroeging” en “oprechte verontschuldiging” voor het koloniale bewind en de agressieve handelingen van het imperiale Japan. Op dezelfde dag bewijzen acht ministers van MURAYAMA’s kabinet hulde bij het Yasukunischrijn.

5 oktober
Japan’s Minister-president, Tomiichi MURAYAMA, zegt dat de annexatie van Korea in 1910 legaal was en niet door intimidatie plaatsvond.

13 november
Takami ETO, de Japanse directeur-generaal van het Bureau voor Beheer en Coördinatie van het MURAYAMA-kabinet, zegt dat Korea baat vindt bij de kolonisatie door Japan.

7 december
De ‘New York Times’ verwerpt een door de Liberale Jongerenpartij in Japan geplaatste advertentie. De advertentie bevat verklaringen die Japan’s oorlogsmisdaden in de Tweede Wereldoorlog ontkennen.

1996  
4 januari
De speciale verslaggever van de Verenigde Naties voor kwesties van geweld tegen vrouwen brengt aan de VN Commissie voor Mensenrechten een gedetailleerd verslag uit over misdaden tegen “comfort-vrouwen”.

19 januari
Duitsland verklaart 27 januari een nationale gedenkdag voor slachtoffers van het Nazisme.

4 maart
Een panel van deskundigen van de Internationale Arbeidsorganisatie (een gespecialiseerde VN instantie die de bevordering nastreeft van sociale gerechtigheid en internationaal erkende mensen- en arbeidsrechten) rapporteert dat het Japanse gebruik van “comfort-vrouwen” tijdens de oorlog een schending is van de Conventie voor Dwangarbeid van 1930.

4 juni
116 Leden van de Liberale Democratische Partij (LDP) uit het Hoger- en Lagerhuis van het Japanse Diet lanceren een liga die weigert toe te geven dat Japan een agressieoorlog heeft gevoerd. Zij bekritiseren Japanse schooltekstboeken die het Imperiale Japanse Leger negatief uitbeelden en zij verlangen specifiek het schrappen van alle referenties naar de “comfort-vrouwen”.

1996  
4 Juni
Seisuke OKUNO, prominent Japan wetgever en voormalig Minister van Onderwijs en Minister van Justitie, ontkent dat de Japanse regering ooit de “comfort-vrouwen” tot militaire seksuele slavernij heeft gedwongen.

4 uni 4
In een ‘face-to-face’ ontmoeting met een voormalige Koreaanse seksslavin  ontkent Tadashi ITAGAKI, prominent Japans wetgever en een oorlogsveteraan, de betrokkenheid van het Japanse Imperiale Leger bij de gedwongen rekrutering van “comfort-vrouwen”.

29 juli
Japan’s Minister-president, Ryutaro HASHIMOTO, brengt hulde bij het Yasukunischrijn. HASHIMOTO wordt de eerste in ambt zijnde minister-president die dit doet sinds Minister-president NAKASONE in 1985.

15 augustus
Japan’s Minister-president, Ryutaro HASHIMOTO, biedt een dubbelzinnige “verontschuldiging” aan voor slachtoffers van de laatste oorlog. Op dezelfde dag betuigen zes ministers van het HASHIMOTO-kabinet hulde bij het Yasukunischrijn.

1997  
13 januari
Takami Eto, een prominent Japan wetgever en voormalig minister, verdedigt Japan’s koloniale 1910-1945 bewind in Korea.

15 augustus
Japan’s Minister-president, Ryutaro HASHIMOTO, zegt dat hij “diep berouw” voelt voor de slachtoffers van de laatste oorlog. Op dezelfde dag betuigen 8 ministers van het HASHIMOTO-kabinet en 74 leden van het Japanse parlement hulde bij het Yasukunischrijn.

26 september
Het Japanse Hoge Gerechtshof beslist dat het schrappen van referenties naar Unit 731 en het 1937 Nanking Bloedbad uit Professor Saburo IENAGA’s geschiedenistekstboeken illegaal is. Tegelijkertijd steunt het Hoge Gerechtshof het recht van het ministerie om tekstboeken door te lichten door te verklaren dat het geen censuur schept, omdat het niet verbiedt dat het boek commercieel wordt gepubliceerd.

December
Geen enkele bioscoop in Tokio is bereid de film “Don’t Cry Nanjing” door te lichten, een 1995 China-Hong Kong coproductie die het december 1937 Nanking bloedbad afbeeldt.

1998
27 april  
In het eerste vonnis van dit soort beslist een Japanse rechtbank op maandag dat de Japanse regering vergoeding moet betalen aan drie Zuid-Koreaanse “comfort-vrouwen”. De rechtbank verordent de Japanse regering aan elk van de drie aanklagers 300,000 yen ($2,272) uit te betalen.

23 mei
In Japan komt een Japanse film uit waarin Generaal Hideki TOJO als Japan’s nationale held wordt vereerd.

7 oktober
Tijdens het bezoek aan Tokio van President Kim Dae-jung van Zuid-Korea betuigt Japan’s Minister-president, Keizo OBUCHI, in een geschreven verklaring “diep berouw” en “oprechte verontschuldiging” aan het volk van Zuid-Korea voor Japan’s 35 jaar lange koloniale bewind. Maar de Japanse regering kondigt geen veranderingen aan in haar vergoedingsbeleid voor “comfort-vrouwen”.

1999  
9 augustus
Van de drie agressielanden in de Tweede Wereldoorlog, Duitsland, Italië en Japan, gebruikt alleen Japan na de oorlog nog dezelfde vlag. Op 9 augustus 199 neemt het Japanse parlement het wetsvoorstel aan om de ”hinomaru” (Rijzende Zon)  en  het “kimigayo” (Want Keizer Heers voor Altijd) wettelijk als Japan’s nationale vlag, respectievelijk volkslied te bestemmen. Beide items zijn symbolisch voor het Japanse militarisme en de Japanse agressieoorlog.

2001
Juni       
In de nieuwste geschiedenisboekjes heeft Japan haar geschiedenis herschreven. “Comfort women” is uit de nieuwste geschiedenisboekjes verdwenen. Duizenden vrouwen werden in de 2e wereldoorlog gedwongen tot prostitutie. Alleen al in het voormalige Nederlands Inidiё waren er tenminste 11 bordelen..

20 september 2001
20 - 09 - 2001    
Mevrouw Jan Ruff-O'Herne krijgt van Nederland de Order van Oranje Nassau. Dit voor het vele werk dat zij deed om de zaak van de TROOSTMEISJES te bepleiten.

___________________________________________________________________________________________