| Organisatie -- Agenda -- Verhalen -- Documentatie-- Actualiteiten -- Een gastdocent vertelt -- Aanvragen gastles -- Links -- Index |
GOUDROOF
De Japanse koninklijke familie was tijdens de
Tweede Wereldoorlog direct betrokken bij massale roof van goud en juwelen uit de
bezette gebieden. De Amerikaanse bezettingsautoriteiten hebben dat altijd
geweten en er naar alle waarschijnlijkheid ook persoonlijk van geprofiteerd. Een
deel van de buit ligt nog steeds op tal van plaatsen op de Filippijnen, in
Indonesië en elders in Azië begraven. Met deze onthulling komt het echtpaar
Sterling en Peggy Seagrave in hun bij Bantam Press verschenen boek 'The Yamato Dynasty'.
The Seagreaves beweren na meer dan tien jaar intensief onderzoek over voldoende
bewijzen te beschikken om te kunnen stellen, dat de man die de jacht op goud en
juwelen (bijgenaamd Golden Lily) leidde een broer was van keizer Hirohito: prins
Chichibu. Hij werd in zijn campagne om zo veel mogelijk goud, platina en andere
kostbaarheden te verzamelen en in afwachting van verscheping naar Japan her en
daar te begraven bijgestaan door andere leden van het Japanse hof. Onder hen
bevond zich een neef van de keizer, prins Takada, die tijdens zijn roofreizen
door de bezette gebieden gebruik maakte van verschillende schuilnamen. Voor
zover de buit kon worden overgebracht naar Japan werd, volgens de auteurs van
het boek, veelvuldig gebruik gemaakt van vaartuigen die uitgerust waren met
grote Rode Kruistekens en vermomd als hospitaalschepen.
Eén van die schepen was het in 1942 door de Japanners veroverde Nederlandse
hospitaalschap Op ten Noort. Na de oorlog wilde de Nederlandse regering weten
wat er met het schip was gebeurd en eiste schadevergoeding. Het betrof hier
immers niet een oorlogsschip, maar een door de Conventie van Genève beschermd
hospitaalschip. Aanvankelijk beweerden de Japanners niet te weten waar de Op ten
Noort was gebleven. Een paar jaar later volgde de mededeling dat het schip in
augustus 1945 voor de Japanse haven van Maizuru was vergaan. Waarmee het schip
op dat moment was geladen wilde de Japanse regering niet zeggen, of zei het niet
te weten.
Na lang onderhandelen was Japan in 1978 wel bereid Nederland voor de Op ten
Noort een redelijke schadevergoeding te betalen, maar onder de nogal suspecte
voorwaarde dat Nederland af zou zien van iedere claim op de lading. Den Haag is
daar zonder veel moeite mee accoord gegaan in het kader van een gunstige
handelsovereenkomst .
Volgens de naspeuringen van het echtpaar Seagrave bevond zich aan boord van de
Op ten Noort voor een geschat bedrag van drie miljard gulden aan goud en
sieraden toen het op 19 augustus 1945, tegen alle overgave-voorwaarden in,
doelbewust tot zinken werd gebracht even buiten de territoriale wateren bij de
havenstad Maizuru. Direct nadat Nederland in de persoon van toenmalige minister
van buitenlandse zaken Van der Klaauw de handelsovereenkomst met Japan had
ondertekend is van Japanse kant begonnen met de berging van de lading van de Op
ten Noort, die op 120 meter diepte lag. Uiteindelijk hebben Australische bergers
de klus uitgevoerd op voorwaarde dat ze 1/3 van de lading zelf mochten houden.![]()
Het is niet gezegd dat de lading van de Op ten
Noort uitsluitend waardevolle buit uit Nederlands-Indië bevatte. Volgens het
voorlopig onderzoek van de Commissie voor Indische Tegoeden, wier eindrapport in
januari 2000 wordt verwacht, was het meeste Nederlandse goud dat als dekking
diende van de Nederlands-Indische gulden, vóór de komst van de Japanners al in
veiligheid gebracht. Wèl bestaat de kans dat de zogeheten Nakamura-schat, te
weten juwelen en goud dat uit Indische pandjeshuizen en bankkluizen is geroofd,
zich aan boord van de Op ten Noort bevonden. Over deze Nakamura-schat zijn na de
oorlog veel wilde verhalen verschenen in Indische en Nederlandse bladen, maar
waar het hier nu concreet om ging is nooit waterdicht bewezen. De plot van de
detectiveroman van Joop van de Broek 'Parels voor Nadra', dat speelt in het
Batavia van eind jaren'40, is gebaseerd op verhalen over de Nakamura-schat.
Omdat het meteen na de oorlog voor de Amerikanen van het grootste belang was
Japan weer economisch op te bouwen als anti-communistisch bolwerk in het Verre
Oosten, koos Washington voor een strategie die keizer Hirohito vrij pleitte van
schuld. Alleen ministers als premier Tojo en hoge militairen hebben terecht
moeten staan. Niet één lid van het Japanse hof is ooit aangeklaagd. Het
vermogen van de keizer werd na de oorlog geschat (na aftrek van belasting en
boetes) op het volgens de Seagraves belachelijk lage bedrag van 80 miljoen
gulden. Het gevolg was dat Japan veel te arm was om te kunnen voldoen aan
mogelijke claims voor oorlogsschade en smartengeld.
De auteurs van The Yamato Dynasty beweren over bewijzen te beschikken dat
invloedrijke Amerikanen als generaal MacArthur, FBI-directeur Herbert Hoover en
anderen zeer goed op de hoogte waren van de overal in Azië begraven
goudschatten en een deel daarvan in eigen zak hebben gestoken. Zo staat het vast
dat de zoon van Hoover na de dood van zijn vader het Amerikaanse ministerie van
defensie om speciale toestemming heeft moeten vragen om voor een bedrag van 200
miljoen gulden aan goudstaven die Hoover had nagelaten te verkopen. Ook op de
bankrekeningen van MacArthur zijn posten aangetroffen die direct leiden naar de
opbrengst van op de Filippijnen opgegraven goudschatten.![]()
Hoeveel de Japanse oorlogsbuit in goud en sieraden precies is geweest hebben ook
de Seagraves niet exact kunnen berekenen, maar alles wijst er volgens hen op dat
een deel van de opgegraven buit (naast het deel dat Hoover en MacArhur in hun
zak zouden hebben gestoken) is aangewend ten behove van de snelle economische
wederopbouw van Japan.
Het gevolg van deze geheimzinnige samenwerking tussen de Japanse keizerlijke
gouddieven en Amerikaanse overheidsdiensten is, dat honderdduizenden
oorlogsslachtoffers, onder wie Amerikanen, Australiërs, Britten en
Nederlanders, op grond van onterechte en valse Amerikaanse verklaringen over een
naoorlogs bankroet van Japan, hun claims voor financiële compensatie voor het
door hen ondergane oorlogsleed constant zagen afgewezen.
Dit mede op grond van in de jaren vijftig tussen Amerika, Nederland en andere
Westerse regeringen overeengekomen verdragen met het 'verarmde' Japan, dat
nadrukkelijk toekomstige financiële claims uitsloot.
De onthullingen in The Yamoto Dynasty kunnen, als deze echt hard kunnen worden
gemaakt, voor advocaten in het westen, die in naam van oorlogsslachtoffers al
jaren procederen tegen de Japanse staat en tegen de Japanse oorlogsindustrie
betrokken firma's (zoals Mitsubishi), van doorslaggevende betekenis zijn.
Bronnen: South China Morning Post (Hong Kong).
The Yamato Dynasty door
Sterling en Peggy Seagrave. Uitgegeven door Broadway Books, New York . ISBN
0-7679-0496-6. Prijs bij bestelling bij grote boekhandel in Nederland ca. f
75,-- Ook te bestellen op internet via Amazon Books (goedkoper en binnen een
week in huis!) voor de gereduceerde prijs van $ 19,50 plus portokosten.![]()