Organisatie -- Agenda -- Verhalen -- Documentatie -- Actualiteiten --- Links -- Een gastdocent vertelt -- Aanvraag gastles -- Index

 

 

 

 

Het verhaal van Dirkje van Weerden

 

 

 

 

 

 

Naam: Dirkje van Weerden                                        

Geboren: 1 juni 1942 in Bandoeng, Nederlands Indië

Dochter van: Harm van Weerden en Karla de Visser Smits

Getrouwd met: Hans Stoltenborgh op 28 november 1964

Kinderen: Marije, geboren 27 oktober 1965 en Gaico, geboren op 13 januari 1969

Schoonkinderen: Alain en Angelique

Kleinkinderen: Sébastien, Céline, Max en Dagmar

 

Zo, dat zijn de gegevens om over te vertellen.

 

Toen ik werd geboren was de Tweede Wereldoorlog in Nederland al een tijdje aan de gang. In Indië werd het pas in maart 1942 “menens”: mijn vader, vlieger bij het Koninklijk Nederlands Indisch Leger, werd opgeroepen. We zagen hem pas ná de oorlog terug!

 

Mijn moeder woonde toen in Bandoeng en kwam terecht in de garage van een huis, samen met Harm. Ik werd geboren in een katholiek ziekenhuis.

Over het verloop van de oorlogstijd werd thuis nooit gesproken. Daar kan ik dus niets over vertellen. Ik weet alleen dat ik niet groeide in die tijd. Mijn moeder had een motto dat haar overeind hield: “Dit houdt eens op”.

 

Na de oorlog bleek mijn vader een overlevende van de Birma-spoorlijn te zijn. De oorlog tekende zijn leven en het werd nooit meer de man op wie mijn moeder verliefd werd.

 

In 1946 werden mijn ouders naar Nederland gestuurd. Op deze foto zie je de familie van Weerden zoals die in de zomer van 1946 was samengesteld: Opa en Oma van Weerden met hun dochter en hun zonen met vrouwen en kinderen. Mijn moeder moet dan al in verwachting zijn van Niek, geboren 2 maart 1947 in de stad Groningen.

 

In de zomer van 1947 gaan we weer terug naar Indië. Bangka, Palembang (waar Rolf geboren wordt) en Batavia (nu Jakarta) zijn de plaatsen waar we gewoond hebben in de drie jaar dat we daar nog bleven. In 1950 sluit het doek voor mijn geboorteland: we vertrekken naar Nederland.

                                                                      

Den Haag, Frankrijk, Enschede, Appingedam, dat zijn de plaatsen waar ik met mijn ouders heb gewoond. Vanuit Appingedam begint mijn zelfstandige leven. Eerst ga ik werken als assistent-kok in een vakantiehuis in Engeland. Dan als kantoorhulp in Amsterdam. En daarna kan ik mijn droom verwezenlijken: ik ga de opleiding bezigheidstherapeute volgen. In die tijd was dat een initiatief van het Nederlandse Rode Kruis.

 

De banden tussen Hans en mij worden steviger. (We hebben elkaar al in Appingedam ontmoet; Hans gaat naar Nieuw-Guinea en ik naar Engeland.)

 

In 1964 trouwen we. We wonen in Den Haag, Soest (geboorte Marije), Garderen (geboorte Gaico), Los Angeles (VS), Tongeren (België), Duitsland, Hillegom en belanden uiteindelijk in Kruisweg. Hans heeft dan 27 jaar in de Luchtmacht “gediend” en een aantal jaren hebben we samen een automatiseringsbedrijf gehad: Syndacom.

 

In 1993 blijkt Hans helemaal “op” te zijn, een “burn-out” zou je dat tegenwoordig noemen. We tellen ons spaargeld, bedenken voor hoeveel geld we ons huis in Hillegom kunnen verkopen. We denken de overbrugging van de jaren naar de pensioengerechtigde leeftijd van Hans te kunnen halen zonder betaalde arbeid. We wagen de gok.

 

Sinds 1994 wonen we in Kruisweg. De eerste paar jaar als vrijwillig werklozen. We verbouwen aan het huis waar we nu ons 40-jarig huwelijksfeest in vieren. Vanaf 2001 wonen we hier als gepensioneerden.

 

Ons leven hier draait om onze poezen, onze tuin, lekker koken en het gebruiken van onze camperbus. Daarnaast houdt familiebezoek en vrijwilligers-werk ons van de straat. Hans doet rondleidingen in de Martinikerk, ik doe vlindermonitoring en heb drie routes waarlangs ik al een paar jaar vlinders tel.

 

Hier zitten we dan met van links naar rechts: Marije, Céline, Angelique met Dagmar op schoot, Sébastien, Gaico, Hans, Max en ik.