| Organisatie -- Agenda -- Verhalen -- Documentatie -- Links -- Een gastdocent vertelt -- Aanvraag gastles -- Index |
Mevrouw
Goedhart
Een
naam die ze verdiende.
In
Lampersari heerste Yamamoto, de Japanse
kampcommandant,
over 8000 vrouwen en kinderen. Hij was volkomen onberekenbaar, want hij
kon zich ineens over iets onbegrijpelijks opwinden tot in een kwaadaardig soort
trance. Heel gevaarlijk, want hij was een sadist. Als hij ‘s avonds saké
had gedronken, sloeg hij links en rechts alle dames van de nachtwacht die hij
tegenkwam. Het hele kamp kon daar van meegenieten, want hij brulde erbij. Hij
kreeg de bijnaam Jan de Mepper.
Ik
werkte in die tijd ‘s nachts van 11 tot 2 uur in de rijstkeuken en overdag in
de gedekploeg. Dat was de keurtroep van Yamamoto, die ons een tweede
gedek-omheining liet opzetten.
Op
een morgen liep Jan de Mepper als een haan voor ons uit, toen hij in de
Sompokbuurt opeens iemand in een luie stoel zag zitten. Hij erop af, want dat
zinde hem niet. Het was een
mevrouw die pas uit het ziekenhuis was gekomen. Haar vriendin had haar in
die stoel gezet, omdat ze nog niet beter was.
Yamamoto
vond Hollandse vrouwen slap, lui en waardeloos. Ze kunnen niet werken, zei hij.
Het kwam niet in zijn hoofd op dat wij geen energie hadden omdat we veel te
weinig eten kregen. En daar zat me zo’n mens in een stoel! Doldriftig beende
hij het erf op en schreeuwde dat ze direct moest opstaan.Toen dat niet gauw
genoeg gebeurde begon hij er op te slaan. De vriendin, ik meen dat ze Mevrouw
Goedhart heette, hoorde het kabaal en keek om een hoekje van de deur om te zien
wat er aan de hand was. Ze zag dat Jan de Mepper haar zieke huisgenoot sloeg.
“Niet doen! Ze is ziek” riep ze. Verontwaardigd
vloog ze naar buiten
en in een opwelling pakte ze een kletek van haar voet en sloeg ermee naar
Yamamoto. Om hem weg te jagen! Ze moet hem ergens geraakt hebben, ik weet niet
waar, maar dat werd haar fataal. Wat zich toen afspeelde is voor altijd op mijn
netvlies gebrand.
Yamamoto draaide zich brullend van woede om naar die Hollandse vrouw die het had
gewaagd hem te slaan. Hij, een onderdaan van de keizer! Het was niet alleen
gezichtsverlies voor deze Jap- begrepen wij later- maar ook een belediging van
die keizer. Voor onze verbaasde blikken veranderde hij in een gevaarlijke
krankzinnige. Hij sloeg en trapte Mevrouw Goedhart net zo lang tot ze
bewusteloos op de grond bleef liggen. Grote verwarring en
angst onder de omwonenden en andere ooggetuigen. Iedereen trok zich wat
terug. Zo
ver mogelijk uit de buurt van de vuisten van de razende Jap.
De
brancarddienst kwam, om de bewusteloze vrouw naar een leeg goedanghok te brengen
in het keukengebouw. In die goedangs lagen voorraden en stapels hout opgeslagen.
Ze werd op de grond gelegd in een leeg hok.
Het hele kamp was muisstil, Zelfs de kinderen gaven geen kik meer.
Die
nacht was ik in de keuken om de vuren te stoken onder de rijstpannen. We zagen
de Kempétai komen. Sinistere figuren, die zich vol saké hadden gegooid en die
de zwaar gewonde vrouw telkens uit de goedang sleurden om haar opnieuw te
schoppen en te slaan. Dan smeten ze het bloedende mens weer het hok in. Op de
stenen vloer. Hoe lang dit duurde weet ik niet, maar wel hoorde ik later dat ze
tenslotte naar het ziekenhuisje was gebracht. Ze had een bekkenfractuur, een
kaakfractuur en vele ribben waren gebroken. Verder moet ze veel inwendige
kwetsuren hebben gehad. De ratten hadden aan haar ondergoed gegeten in de uren
dat ze daar lag, bebloed en buiten bewustzijn. De volgende middag lag ze er nog.
Tegen
de avond kwam ze bij. Want ineens
hoorden we haar
zingen. Beverig
maar heel duidelijk zong ze “Nader mijn God tot U.” Hoe was ‘t mogelijk
dat ze dat nog kon met die gebroken kaak. Wij waren diep onder de indruk. Wat
een geestkracht!! Ik denk eigenlijk heel vaak aan dit voorval terug, want zoiets
vergeet je nooit.
Ongeveer
veertig jaar later,tijdens de eerste reunie van de KJBB in Ede, konden we om 1
uur nassi rames halen! Heerlijk! en net zo veel als we op konden. Het ging per
wijk.Bij Lampersari
B - mijn straat- stond een lange rij en daar had ik geen zin in. Bij
Sompok, in de andere zaal was de rij veel kleiner. Ik sloot me daarbij aan en
toen ik daar zo stond vroeg ik in het algemeen aan de mensen die dicht bij me
stonden “Jullie zijn allemaal van Sompok toch? Wie weet eigenlijk hoe het met
die Mevrouw Goedhart is afgelopen? Die dame die zo werd geslagen door Yamamoto.
Heeft ze ‘t gehaald? Is ze nog beter geworden?”
Er
viel een diepe stilte. Ik keek vragend om mij heen en toen zei iemand “Kijkt U
eens achter U, daar staan haar twee dochters.“
Ik
voelde me toen heel
ongemakkelijk, tot één van de dochters zei: “Onze moeder heeft ‘t
gehaald. Ze is beter geworden, maar ze is wel altijd lichamelijk een wrak
gebleven.”
Ze
vertelden me van alles. Dat hun vader was omgekomen, maar dat hun moeder op hoge
leeftijd was hertrouwd met een man waar ze nog heel gelukkig mee werd. Door de
liefde van die tweede man is haar levensavond mooi geweest tot aan het eind. Ze
is nog 83 geworden.
Dat is gerechtigheid dacht ik.
Iedereen
in de rij was onder de indruk. En ik zei hardop:
“Het is niet voor niets geweest dat ik de ingeving kreeg om hier in de
rij bij Sompok te gaan staan. De nare herinnering blijft, maar nu ik dit weet,
zal ik er niet meer van dromen”
“Niets
is toevallig in ons leven” zei een oude dame. Het heeft zo moeten zijn dat U
hier die vraag stelde. Het is ook niet toevallig dat de twee dochters van
Mevrouw Goedhart hier staan”
Een
afschuwelijke gebeurtenis in het verre verleden
kreeg een
gelukkig einde.