Organisatie -- Agenda -- Verhalen -- Documentatie --  Actualiteiten -- Links -- Een gastdocent vertelt -- Aanvraag gastles -- Index

 

Het verhaal van Theo Corsmit

 

 

Theo Corsmit is op 18 januari 1934 in de operatiekamer van het R.K. St. Borromeus-ziekenhuis in Bandoeng op “Lebaran”, dat heet nu: “het suikerfeest”, het einde van de Ramadan, tussen de knallen van groot vuurwerk in Nederlands-Indië geboren. Volgens Prof. Bastiaans moeten deze knallen op zijn eerste levensdag in zijn onderbewuste zijn gegrift! De dramatische economische recessie en de beurskrach van de jaren dertig  overschaduwden het openbare leven,, niet in het minst in Nederlands-Indië! De sporen van verbittering van mensen uit die dagen zijn in zijn verhaal herkenbaar.

 Als Nederland in mei 1940 voor de Nazi’s capituleert - hij is dan zes jaar - maakt hij als kind bewust de massale optochten, acties en de geld- inzamelingen mee om de oorlog te kunnen financieren, de aanschaf van oorlogstuig: Spitfires, de financiering van het “verzet” in Nederland, de voorbereiding en de bevrijding van het Moederland/Vaderland en de aankoop van schepen als de “Tjerk Hiddes” en het vliegdekschip “Karel Doorman”! Hij herinnert zich haarscherp de inzameling van goud en zilver, de praalwagens, de marsmuziek, de collectebussen, de mandjes voor het inzamelen van aluminium en de “kinderkoren” waarin hij vaderlandse liedjes zong! Hij kent de teksten nog steeds redelijk uit het hoofd.

Hij herinnert zich de mobilisatie van december 1941en hoort hij vanuit zijn bed het diepe gedreun van urenlange nachtelijke konvooien, het double-clutchen (tussengas geven bij terugschakelen) van vrachtwagens die de helling moeten nemen en overdag : de zingende soldaten over “Willemientje”, op weg naar stellingen en het front. Hij kent het geluid van gierende Zero’s (Japanse jachtvliegtuigen), de Mitsubishi’s (bommenwerpers) en droomt van de  dode paarden in straten na een bombardement. Hij herinnert zich de schuilkelder met de radioberichten  van de verkenningsposten “Heulang” en “Matjan” die Japanse gevechtsvliegtuigen proberen te registreren en te onderscheppen.

Twee dagen na Sint Nicolaas hoort hij met zijn ouders, broer en zus door de NIROM (Nederl. Ind. Radio Omr.) dat “PearlHarbour”  is gebombardeerd en dat de Amerikaanse vloot is vernietigd. Daags daarop hoort hij dat zijn Koningin, de oorlog aan Japan heeft verklaard en hij hoort een “gewichtige meneer” iets zeggen over een “proclamatie” , een gewichtig woord dat hij niet kent, maar feilloos beseft dat er iets vreselijkst achter steekt. Die datum, 7 december 1941, zal hij nooit meer vergeten!

Op 8 maart 1942 ziet hij zijn ouders bij de radio huilen en op 9 maart wordt in zijn geboorteplaats Bandoeng - waar zijn vader lid van de Gemeenteraad en Provinciale Raad is geweest - de capitulatie getekend.

Daags daarop ziet hij aan weerszijden van de Nijlandweg weg waar hij woont, duizenden vreemde soldaten met lapjes in de nek op gummi-sluipschoenen met een gesepareerde grote teen die nauwelijks geluid maken, langs zijn huis lopen. De weerzinwekkende aanblik benauwt hem en dŕt gevoel (!) is nooit meer overgegaan!

In de dagen die daar op volgen stelen zijn vader en zijn broer op het vliegveld Andir een zender om radiocontact met de Geallieerden te kunnen onderhouden. Ze hebben geen flauw idee wat er boven hun hoofd hangt en wat ze zichzelf en het hele gezin met het bezit van zender en wapens, “langdurig reële doodsangst” op de nek halen. Vrij kort daarna raken vrijwel alle blanke mannen - dus ook zij - achter de tralies.

Zeventien huiszoekingen, waar alles letterlijk ondersteboven wordt gehaald, behoeden beschermengelen de twee nog resterende vrouwen en het blonde jongetje van tien dat geen vriendjes heeft en overdag alleen de achtertuin in mag omdat hij op die leeftijd naar Japanse normen “man” geacht wordt te zijn en dus het kamp in moet. Hij heeft het geluk dat hij nog geen schaamhaar heeft en bij mogelijke, toevallige, contrôles daarom wordt ontzien.    

Als hij twaalf is, in de tweede cohorte in de groei naar zijn adolescent, is het jongetje een doorkneed, en even gevaarlijk als gehaaid, een doorgewinterde informant, wat hem op latere leeftijd volstrekt onaangepast gedrag oplevert.

Over de uithongering van mensen, kinderen en ouden van dagen in de kampen in vergelijking tot de Nazi’s, stelt hij de navrante vraag: “Kan je mij het verschil aantonen tussen het verdelgen van mensen doormiddel van “gas” en de verdelging van mensen door uithongering en “bacillaire dysenterie”? Het perfide verschil is dat de Jappen  het goedkoper deden, met hetzelfde oogmerk: uitroeiing”, zegt hij wrang.

Het hele gezin wordt, last but not least, in de nacht van zaterdag  24 op zondag 25 november 1945 door Indonesiërs overvallen om ter dood te worden gebracht. Deze periode gaat later als de Bersiap-Periode de geschiedenis in. Als door een wonder ontkomen zij aan bloedige moordpartijen aan.

In 1951 wordt hij naar Nederland gestuurd omdat hij op scholen niet te handhaven is. Eenmaal in Nederland “waant hij zich een vreemdeling in Jeruzalem”. Uiteindelijk maakt hij toch een goede carričre als lijnfunctionaris.

In 1983 initieert zijn scheiding een in alle hevigheid boven water komend oorlogstrauma dat door verschillende psychiaters niet tijdig wordt onderkend en lijdt hij aan zware depressies. In 1990 wordt hij 1˝ jaar opgenomen in de kliniek voor oorlogsgetroffenen in Oegstgeest, “Centrum 45”!

+++

Meer weten of een gastles aanvragen:
de heer Th. Corsmit. Raaphorstlaan 25 flat 8. 2245BH Wassenaar             
070-5175357

Mailen kan ook: